Is de België-route interessant voor werkgevers?

Door Marin van Esterik - 22 september 2015

In de media en in de politiek houdt de zogenaamde ‘België-route' de gemoederen danig bezig. In deze route brengen Nederlandse werkgevers 'hun' pensioenregeling onder bij een Belgische pensioenuitvoerder. Wat houdt die Belgje-route nu in? En waarom is dit juist wel of niet interessant voor werkgevers en hun werknemers? Zitten er ook risico's aan?

 

Onderbrengingsplicht pensioenovereenkomst bij pensioenuitvoerder

Iedere werkgever die een pensioenovereenkomst ('pensioenregeling') afspreekt met zijn werknemers, is volgens de Pensioenwet verplicht deze pensioenovereenkomst onmiddellijk bij een pensioenuitvoerder onder te brengen. Traditioneel brengen werkgevers hun pensioenregeling onder bij een (verplicht) bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds of een verzekeraar.

Sinds enkele jaren kent Nederland ook de Premie Pensioen Instelling (PPI) voor premieovereenkomsten en wellicht binnenkort ook een Algemeen Pensioenfonds. Een 'oplossing' die minder vaak wordt gekozen is de zogenaamde ‘België-route'.

 

‘België-route'. Organisme voor de Financiering van Pensioenen (OFP)

Op grond van EU-regelgeving kunnen 'Lidstaten de mogelijkheid bieden om pensioenregelingen uit andere Lidstaten te laten uitvoeren door een pensioenuitvoerder van die Lidstaat'. België heeft deze mogelijkheid geopend. Enkele werkgevers uit Nederland (zoals Alcon, Johnson & Johnson, Euroclear) maar ook werkgevers uit andere Lidstaten, hebben inmiddels gebruik gemaakt van de mogelijkheid de pensioenuitvoering in België onder te brengen.

 

‘Veiligheid van aanspraken' gewaarborgd

De veiligheid van de in België ondergebrachte aanspraken is gewaarborgd. Het systeem is anders vormgegeven dan in Nederland, maar valt onder hetzelfde Europese recht. De Belgische wetgeving schrijft voor dat een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening onder de rechtsvorm Organisme voor de Financiering van Pensioenen (OFP) opgericht moet worden.

Het prudentiële toezicht (ofwel het toezicht op de financiële soliditeit) op de uitvoerder (de OFP) ligt bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).

 

Ringfencen

Bij Nederlandse pensioenfondsen geldt het voorschrift van één financieel geheel. Als een pensioenfonds meerdere pensioenregelingen uitvoert, worden tekorten en overschotten in de verschillende regelingen met elkaar verrekend. Er kan geen financiële scheiding worden gemaakt per regeling. Bij Nederlandse verzekeraars kan er wel een dergelijke scheiding worden gemaakt per regeling.

Binnen het OFP is het mogelijk om een scheiding te maken tussen de vermogens van verschillende werkgevers of verschillende regelingen. Dit betekent dat er een spreekwoordelijk hekje staat om het vermogen van de betreffende pensioenregeling (ringfencen). Tekorten en overschotten worden alleen aan de eigen regeling toegerekend en niet aan alle andere aangesloten regelingen. Dit biedt de mogelijkheid om in één OFP meerdere pensioenregelingen van verschillende werkgevers onder te brengen die elkaar niet subsidiëren.

 

Nederlandse sociale en arbeidswetgeving blijft van toepassing

Als een pensioenregeling van een Nederlandse werkgever wordt uitgevoerd door een pensioenuitvoerder uit een andere Lidstaat, dan blijven wel de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving en de wettelijke informatieverplichtingen van toepassing. Concreet betekent dit dat de beschermende regels uit de Nederlandse Pensioenwet en het arbeidsrecht van toepassing blijven. De Nederlandse toezichthouders DNB en AFM blijven toezicht houden op deze regels uit het Nederlandse recht. Ook heeft de ondernemingsraad een wettelijk instemmingsrecht ten aanzien van het voorgenomen besluit van de werkgever de pensioenregeling bij een OFP onder te brengen.

 

Verhuizen de opgebouwde pensioenen mee?

Het is mogelijk om ook opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken over te dragen naar een OFP met behulp van collectieve waardeoverdracht. Hier gelden dezelfde regels als voor een waardeoverdracht tussen twee Nederlandse pensioenuitvoerders op basis van de Pensioenwet. Daarbij komt dat de Belgische toezichthouder FSMA (ook) is gebonden aan de bepalingen uit de Europese Pensioenfondsenrichtlijn. Ook voor de overdracht van grensoverschrijdende pensioenen geldt de regel dat deze volledig gefinancierd dienen te zijn (net als voor Nederlandse transacties).

Of het verstandig is om opgebouwd pensioen over te dragen, zal zeer afhangen van de omstandigheden van het geval. Dit zal dan ook per geval moeten worden bekeken.

 

Welke financiële spelregels gelden er?

Een OFP heeft de plicht om de technische voorziening (het vermogen en buffers dat het OFP moet aanhouden) te waarderen op basis van een prudente actuariële waardering. Hierbij wordt rekening gehouden met onder meer de te hanteren rekenrente. Ook gaat de Belgische regelgeving er vanuit dat de werkgever binnen één jaar verplicht bijstort als er tekorten ontstaan. Dit heeft tot gevolg dat in beginsel de 'kwaliteit van de werkgever' meegewogen wordt in de berekening van de aan te houden voorziening.

De uitgangspunten voor de berekening worden opgenomen in het financieringsplan (te vertalen als uitvoeringsovereenkomst) tussen de OFP en de aangesloten werkgevers. Het financieringsmodel is - in positieve en negatieve zin - anders dan het financiële toetsingskader in Nederland. Hierdoor is het lastiger te vergelijken met de financiering van een ‘puur' Nederlandse regeling.

Of er voordeel te behalen is en waar dat precies valt, hangt van vele omstandigheden af. Het verplaatsen van de uitvoering van de pensioenregeling naar België is als zodanig niet een goedkopere oplossing.

 

Welke governance-eisen gelden er?

Een OFP moet een algemene vergadering hebben.  Deze algemene vergadering is het toezichthoudend orgaan en heeft de bevoegdheid de handelingen die het OFP aangaat, te bekrachtigen. De aangesloten werkgevers kunnen in beginsel zitting hebben in de algemene vergadering. Daarnaast is er een Raad van Bestuur die belast is met het dagelijks bestuur. Dit is over het algemeen een professioneel bestuur en niet zoals in Nederlandse pensioenfondsen samengesteld uit werkgevers- en werknemersleden.

Voorts kan er per uitgevoerde regeling een sociaal comité worden opgericht om de uitvoering van de geldende sociale  en arbeidsrechtelijke bepalingen (concreet: de materiele pensioenregeling) te faciliteren. De invulling van het sociaal comité (bevoegdheden, samenstelling en werking) is in beginsel vrij in te vullen. Voor een Nederlands ‘luik' in een Belgische OFP is dit sociaal comité de aangewezen plek om de rechten en plichten van de Nederlandse ondernemingsraad of andere medezeggenschapsorganen (bijvoorbeeld vormgeving als een Verantwoordingsorgaan) neer te leggen.

 

OPF mogelijk interessant?

Voor welke werkgever is het onderbrengen van de pensioenregeling bij een OPF mogelijk interessant?

  1. Een internationale werkgever (multinational), die vestigingen heeft in meerdere Lidstaten, en de pensioenuitvoering wil centraliseren op één locatie.
  2. De Nederlandse werkgever waar een eigen liquiderend ondernemingspensioenfonds aan is verbonden, als alternatief voor een verzekeraar of ander pensioenfonds.
  3. Een grote/grotere Nederlandse werkgever met een verzekerd pensioencontract, als alternatief voor een verzekeraar of ander pensioenfonds.
De voordelen kunnen zijn:
  • alle pensioenregelingen onder één uitvoering, waarbij er geen onderlinge solidariteit hoeft te zijn (vermogens zijn per regeling te ringfencen waarop dan het sociale- en arbeidsrecht van het betreffende land van toepassing is );
  • de uitvoering is mogelijk goedkoper doordat de directe prijs per eenheid pensioen lager ligt voor de concrete werkgever (een mogelijk schaalvoordeel voor de uitvoering en wellicht een lagere prijs per euro pensioen). Daar staat de eventuele bijstortingsverplichting tegenover die gewaardeerd moet worden;
  • dan wel een combinatie van bovenstaande twee elementen.
De nadelen kunnen zijn:
  • een (mogelijke) bijstortverplichting van de werkgever;
  • het gevoel dat het pensioen niet meer ‘in eigen hand' (of eigen land) is ondergebracht;
  • minder inspraak werknemers/ondernemingsraad: via afspraken rondom het sociaal comité is dit te ondervangen.
 

Afsluitend: voor alle gevallen geldt dat de werkgever een behoorlijke omvang moet hebben, wil het lonend zijn om de pensioenuitvoering in het buitenland onder te brengen.

Het is mogelijk zelf een OFP op te richten (hieraan zijn (aanzienlijke) kosten verbonden en er zal een vergunning moeten worden verkregen), wat een optie kan zijn voor een multinational.

Ook zijn er multi-employer OFP's actief op de markt die in beginsel openstaan voor individuele werkgevers. Tenslotte geldt voor de keuze voor het OFP dat deze, net als alle andere alternatieven, goed moeten worden bestudeerd en afgewogen.