Wat valt er in maart op de mat?

Door Dik van Leeuwerden - 24 juni 2015

Er viel niet aan te ontkomen in de media: 5 à 6 miljoen Nederlanders krijgen een lagere teruggaaf over 2014 of moeten een bedrag bijbetalen aan de Belastingdienst. Hoe zit dat precies? En wat doet u met vragen van uw medewerkers?

 

Hoe zit het met algemene heffingskorting en arbeidskorting

De algemene heffingskorting en de arbeidskorting zijn in 2014 meer afhankelijk gemaakt van het inkomen. Dat wil zeggen dat je bij een hoger inkomen minder korting ontvangt. Klinkt logisch en redelijk. Maar de boodschap is natuurlijk gewoon dat we meer belasting moeten gaan betalen. Normaal gesproken loopt het zo dat de werkgever een hoger bedrag van het loon van de werknemer gaat inhouden. Dat is in dit geval niet volledig gebeurd.

Bij de berekening van het normale loon wordt met de afbouw van de heffingskorting rekening gehouden. Over bonussen, vakantiegeld en overwerk is echter gewoon de oude – hogere - heffingskorting berekend. De Belastingdienst mocht de nieuwe regels namelijk nog niet toepassen.

 

Lagere teruggave?

Lastig is dat wat je medewerkers terug moeten betalen - of wat er verrekend gaat worden - per persoon verschilt. Ook hoeft het niet altijd zo te zijn dat iedereen geld moet terugbetalen of te maken krijgt met een lagere teruggaaf in de inkomstenbelasting. Andere individuele factoren (denk aan hypotheekrenteaftrek of ziektekosten) zijn hierop van invloed.

 

Voorbeelden heffingskorting

  • Peter heeft een (parttime) maandloon van € 1.400. Inclusief 8% vakantietoeslag is dat € 18.144. Zijn inkomen uit werk en woning is € 19.000. Hij wordt niet gekort op zijn algemene heffingskorting. Peter heeft dus recht op het maximum bedrag van € 2.103
     
  • Marieke, een collega van Peter, heeft ook een maandloon van € 1.400. Maar daarnaast verdient zij nog bij als freelancer. Haar inkomen uit werk en woning is € 31.200. Haar heffingskorting van € 2.103 wordt verminderd met 2% van het verschil tussen € 31.200 en € 19.645 = € 231. Marieke heeft dus recht op € 2.103 -/- € 231 = € 1.872 algemene heffingskorting. Het verschil van € 231 moet Marieke via de inkomstenbelasting terug betalen. Let op! Daar staat weer tegenover dat Marieke over haar freelance inkomsten nog recht heeft op arbeidskorting tot een bedrag van € 208
     
  • Leroy heeft een maandloon van € 2.500. Op basis van dit loon moet de algemene heffingskorting worden gekort met € 207. Bij de berekening van de belasting over dit loon wordt hier ook rekening mee gehouden. Maar als Leroy vakantiegeld ontvangt van € 2.400 wordt er geen rekening mee gehouden dat hij minder korting krijgt. Leroy betaalt per saldo wordt er 2% van € 2.400 = € 48 te weinig belasting. Dit moet hij via de inkomstenbelasting terug betalen.
 

Bereken heffingskorting en arbeidskorting

Een aanslag over 2014 kun je je mensen niet besparen. Maar wil je ze vooraf informeren, wijs ze dan op de gratis arbeidskortingtool.

Blijft het feit dat er vaak toch betaald zal moeten worden. Daarvoor krijgt iedereen ruim vijf maanden de tijd: vier maanden bovenop de standaard betalingstermijn van 6 weken. Daarbij gaat het niet alleen om het bijbetalingsbedrag, maar om het gehele bedrag van de aanslag.

Tip: Voor wie ook een aanslag zorgverzekeringswet (ZVW) ontvangt geldt dit jaar ook de langere betalingstermijn!