Werkgeverslasten stijgen in 2014

 

Rotterdam, 3 januari 2014 - Het totaal dat werkgevers betalen aan premies voor werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet (werkgeverspremies) stijgt in 2014. Het totaal aan werkgeverspremies over 2013 was 18,33%.

 

In 2014 stijgt deze naar 19,16%, een toename van 4,5% ten aanzien van vorig jaar. De sectorverschillen zijn groot: met name bouwbedrijven (toename van werkgeverspremies met 14% ten opzichte van 2013) en bedrijven in de Metaal & Techniek schieten eruit.

Voor een medewerker in de sector Metaal & Techniek met een brutoloon van € 5.000 is een werkgever maandelijks bijna € 218 meer kwijt ten opzichte van 2013 aan pensioenpremie en werkgeverspremies. Ambtenaren met een salaris van € 5.000 worden daarentegen ongeveer € 142 goedkoper per maand.

Dit blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP. Hoewel de totale werkgeverslasten stijgen, daalt het bedrag dat werkgevers voor de ZVW (zorgverzekeringswet) moeten betalen voor het eerst in jaren.

 

Bouwvakker en metaalarbeider flink duurder, ambtenaar goedkoper

Bouw

Bedrijven in de bouw zien hun werkgeverspremies flink toenemen. Deze stijging wordt enigszins gedrukt door een lagere afdracht van pensioenpremies en bijdragen aan cao-fondsen. Voor een werknemer met een bruto loon van € 2.500 per vier weken draagt de werkgever € 11,91 minder af. Voor een werknemer met een loon van € 5.000 moet € 19,75 minder worden afgedragen.

De totale werkgeverspremies in de Bouw stijgen naar 28,91% in 2014, een toename van 14,22% vergeleken met 2013. Een werkgever draagt € 761,79 af voor een bouwvakker met een loon van bruto € 2.500 per vier weken; een stijging van € 96,67 ten opzichte van vorig jaar. Een bouwvakker met een brutosalaris van om en nabij twee keer modaal (€ 5.000) is € 153,29 duurder geworden.

In totaal betaalt een werkgever dus voor een werknemer met een brutoloon van € 2.500 € 84,76 meer (€ 96,67 - € 11,91). Een werknemer met een loon van € 5.000 wordt € 133,54 duurder.

 

Metaal & Techniek

Bedrijven in de sector Metaal & Techniek gaan meer betalen aan pensioenpremie en bijdragen aan cao-fondsen. Voor een medewerker die met € 2.500 om en nabij modaal verdient, moet € 47,60 meer worden betaald. Voor een medewerker met een salaris van om en nabij twee keer modaal
(€ 5.000) stijgen de pensioen- en cao lasten voor de werkgever met € 120,81.

De stijging van werkgeverspremies ten opzichte van 2013 is met 8,3% fors en zet het totaal aan werkgeverspremies voor 2014 op 18,75%. Bij een brutosalaris van € 2.500 komen de afdrachten voor de werkgever neer op € 436,83 per maand. Een stijging van € 42,03. De werkgeverspremies voor een medewerker in de Metaal & Techniek sector die € 5.000 per maand verdient, nemen met € 96,77 toe naar een totaal van € 803,34.

Een werknemer in de sector Metaal & Techniek met een min of meer modaal loon van € 2.500 wordt dus maandelijks in totaal € 89,63 (€ 47,60 + € 42,03) duurder. Voor een werknemer met een loon van € 5.000 stijgen de lasten voor de werkgever met € 217,58 fors.

 

Zorg & Welzijn

Binnen de sector Zorg & Welzijn verandert de hoogte van de pensioenpremies voor werkgevers nauwelijks. Voor zowel een werknemer met een bruto maandloon van € 2.500 als met een loon van
€ 5.000 wordt slechts € 0,59 minder pensioenpremie betaald.

Het totaal aan werkgeverspremies stijgt echter met 6,33% vergeleken met 2013 naar een totaal van 17,8% voor 2014. Concreet betekent dit dat voor werknemers met een loon van € 2.500 maandelijks € 24,55 meer aan werkgeverspremies moet worden betaald. Voor een werknemer met een loon van € 5.000 moet € 762,64 worden afgedragen; een toename van € 53,23.

Een werknemer met een loon van € 2.500 wordt dus in totaal € 23,96 (€ 24,55 - € 0,59) duurder. Voor de werknemer met een loon van € 5.000 stijgen de lasten voor de werkgever met € 52,64.

 

Overheid

Ook overheidswerkgevers gaan minder aan pensioenpremie betalen. Voor een ambtenaar met een loon van € 2.500 wordt € 64,50 minder betaald. Voor een werknemer met een loon van € 5.000 betaalt de werkgever ruim € 160 minder.

Overheden zien hun werkgeverspremies ten opzichte van 2013 iets stijgen, maar met 1,5% is dit aanmerkelijk lager dan andere sectoren. De totale werkgeverspremies komen neer op 16,9%. Voor een ambtenaar met een bruto-inkomen van € 2.500 moet daardoor meer dan € 400 aan werkgeverspremies worden afgedragen: € 6,80 meer dan in 2013. Bij inkomens van € 5.000 is dat € 724; een stijging van € 18,48.

Een ambtenaar met een loon van € 2.500 wordt dus in totaal € 57,70 (€ 64,50 - € 6,80) goedkoper. Voor een werknemer met een loon van € 5.000 dalen de lasten voor de werkgever met € 141,52.

Stijging werkgeverspremies t.o.v. 2013 4,5% 14,22% 8,3% 6,33% 1,5%
Mutatie werkgeverslasten bij brutoloon € 2.500 € 20,75* € 84,76 € 89,63 € 23,96 -€ 57,70
Mutatie werkgeverslasten bij brutoloon € 5.000 € 44,12* € 133,54 € 217,58 € 52,64 -€ 141,52
*Geen pensioenpremies

Tabel: overzicht toenamewerkgeverspremies

 

Meevaller Aof-premie; tegenvaller 'crisisheffing' hoge lonen

Werkgevers krijgen in januari 2014 een eenmalige tegemoetkoming in werkgeverslasten in de vorm van een teruggaaf van de basispremie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) die betaald is over het eerste halfjaar van 2013. De teruggaaf is 28,82% van de betaalde premie over deze periode. De zogenoemde 'crisisheffing' voor lonen boven de € 150.000 per jaar blijkt niet eenmalig, maar wordt verlengd in 2014. Werkgevers betalen daardoor een extra pseudo-eindheffing hoog loon voor werknemers die jaarlijks meer dan 1,5 ton verdienen.

 

Modernisering Ziektewet zorgt voor differentiatie premielasten

Door de invoering van de Modernisering Ziektewet vanaf 1 januari worden ook de ZW- en WGA-lasten van werknemers met een tijdelijk contract die ziek uit dienst zijn gegaan doorberekend aan werkgevers. Tot 31 december waren deze werkgeverslasten onderdeel van de sectorpremie WW. Door deze verandering ontstaan er grotere verschillen per bedrijf in de afdracht van premies voor werknemersverzekeringen. Voor kleine organisaties verandert er het minst: zij blijven een sectorpremie betalen. Middelgrote bedrijven betalen voortaan een gewogen gemiddelde tussen sectorale- en individuele premie en grote bedrijven een volledig individuele premie. Omdat deze premie dus per bedrijf kan verschillen, kan dit een ander beeld geven in de werkgeverspremies.

"Het is raadzaam om de beschikkingen van het UWV goed te controleren,” zegt Dik van Leeuwerden, manager kenniscentrum wet- en regelgeving bij ADP. "Er worden relatief veel fouten gemaakt bij de toerekening aan werkgevers.”

 

Berekeningen van ADP

Voor de berekeningen van de werkgeverspremies is uitgegaan van de bijdrage ZVW en de premies werknemersverzekeringen. Voor de premie Werkhervattingskas (WHK) is uitgegaan van de door het UWV vastgestelde gemiddelde premies voor ZW, WGA-flex en WGA-vast. De sectorpremie voor de algemene lonen is gebaseerd op sector 44. Bij de werkgeverspremies is geen rekening gehouden met pensioenpremies en eventuele overige lasten die vanuit een cao zijn geregeld. Voor de berekening van de premies binnen de Bouw is uitgegaan van de hogere sectorpremie die geldt voor contracten van minder dan één jaar. Bij de berekeningen is uitgegaan van de pensioenregelingen van ABP (overheid onderwijs en wetenschappen), Zorg & Welzijn (kinderopvang), Bouw en Metaal & Techniek.

De complete cijfers zijn te vinden in het dossier Eerste Loonstrook
Lees ook de toelichting op de nieuwe loonstrook