Vraag 5: Is er sprake van een gerichte vrijstelling?

 

Niet alle vergoedingen en verstrekking die je als eindheffingsloon hebt benoemd komen ten laste van de vrije ruimte. In de wet is een aantal gerichte vrijstellingen opgenomen. Deze komen dus uiteindelijk niet ten laste van de vrije ruimte.

 

Deze gerichte vrijstellingen zijn voor een groot deel gebaseerd op de "oude" belastingvrije vergoedingen. De criteria zijn veelal gelijk gebleven.

Om als gerichte vrijstelling te kunnen worden aangemerkt, moet je de vergoeding formeel eerst als eindheffingsloon benoemen. Je hoeft dit niet apart vast te leggen. Uit het feit dat de vergoeding niet belast wordt bij de werknemer blijkt dat je het als eindheffingsloon hebt aangemerkt. De gerichte vrijstellingen zijn:

  • Vervoer, bijvoorbeeld abonnementen en losse kaartjes voor reizen met het openbaar vervoer en vergoedingen voor reizen met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per zakelijke kilometer.
  • Tijdelijke verblijfskosten in het kader van de dienstbetrekking zoals maaltijden, overnachtingen en dergelijke tijdens dienstreizen. Maar ook maaltijden als gevolg van overwerk, koopavonden mag je als tijdelijke verblijfkosten aanmerken. Het is dus van groot belang goed in beeld te hebben welke tijdelijke verblijfskosten je vergoedt en of verstrekt.
  • Cursussen, congressen, seminars en dergelijke voor zover ze van belang zijn voor het werk van de werknemer. Studie- en opleidingskosten en outplacement, procedures tot erkenning van verworven competenties (EVC-procedures), vakliteratuur, inschrijving in een beroepsregister wanneer dit wettelijk is erkend of is voorgeschreven vanuit de branche.
  • Zakelijke verhuiskosten.
    Als er sprake is van een zakelijke verhuizing mag je de kosten van het overbrengen van de inboedel verhoogd met een bedrag van maximaal € 7.750 als gerichte vrijstelling aanmerken. De bepaling wanneer er in ieder geval sprake is van een zakelijke verhuizing is wel aangepast. Onder de werkkostenregeling is er in ieder geval sprake van een zakelijke verhuizing als de werknemer binnen twee jaar na aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of overplaatsing zijn reisafstand met ten minste 60% verkleint. Voorwaarde is wel dat de werknemer eerst tenminste 25 km van zijn werk woont.
  • Extraterritoriale kosten (30%-regeling).
  • Noodzakelijkheidscriterium (beperkte introductie)
    Als je het als werkgever noodzakelijk acht dat je werknemer bijv. een computer, smartphone, tablet of gereedschap moet gebruiken voor het werk, kan je dit onbelast vergoeden of verstrekken.
  • Werkplek gerelateerde voorzieningen (geen onderscheid tussen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen)
    Een werkgever kan ook een vergoeding geven voor een aantal werkplekgerelateerde voorzieningen waarvoor nu een nihil-waardering geldt. Het gaat dan met name om Arbo voorzieningen en hulpmiddelen die buiten de werkplek maar wel voor 90% of meer zakelijk worden gebruikt.
  • Vrijstelling voor branche-eigen producten
    Kortingen op aankopen van producten van de werkgever zijn gericht vrijgesteld vanaf 2015. Voorwaarden zijn dat de korting per product niet meer is dan 20% en de totale korting per jaar niet meer dan € 500 bedraagt