Overgangsrecht minder dan € 3.000 per 31-12-2011

 
Vanaf 2012 is de levensloopregeling formeel afgeschaft. Wel is er nog een overgangsrecht. Oorspronkelijk was in het overgangsrecht de mogelijkheid opgenomen het levensloopsaldo zonder fiscale gevolgen over te brengen in het per 2013 te introduceren vitaliteitssparen.
 

Nu dit vitaliteitssparen niet doorgaat is het overgangsrecht levensloop ingrijpend gewijzigd. Naar aanleiding van het nieuwe overgangsrecht zijn er veel vragen vanuit de praktijk. Dit memo beoogt duidelijkheid te geven voor de praktijk hoe moet worden omgegaan met het overgangsrecht levensloop als het tegoed op 31-12-2011 minder dan €3.000 was.

 

Korte praktische beschrijving overgangsrecht

  • Tegoeden < € 3.000 per 31-12-2011 vallen allemaal vrij per januari 2013;
  • Deze vrijval is loon voor alle heffingen. Ook hier de enige uitzondering voor de werknemer van 61 jaar of ouder bij het begin van het kalenderjaar. In dat geval loon uit vroegere dienstbetrekking;
  • Volgens de uitleg van de Belastingdienst moet het uiterlijk voor 1 april 2013 verloond zijn;
  • Levensloopverlofkorting wordt toegepast;
  • De grondslag wordt verlaagd met 20% van de waarde per 31-12-2011;
  • De aanwas over 2012 (rente of beleggingsresultaat) wordt volledig belast;
  • De aanwas vanaf 2013 wordt buiten de heffing gelaten. Door het fictieve genietingsmoment per januari 2013 heeft het tegoed de loonsfeer verlaten.
 

Uitleg saldo per 31 december 2011

Meestal wordt gesproken over het saldo per 31 december 2011. Bedoeld wordt “de waarde in het economisch verkeer”. Dit betekent dat de rentebijschrijvingen die betrekking hebben op 2011 meegeteld mogen worden. Als de deelnemer zijn tegoed opgenomen zou hebben per 31 december 2011 zou deze rente ook zijn uitbetaald.

 

Verwerking in de loonadministratie algemeen

Opname van levenslooptegoed is vanaf 2013 loon voor alle loonheffingen alleen als de werknemer op 1 januari van het jaar jonger is dan 61 jaar.

  • Werknemer op 1 januari 61 jaar of ouder
    De opname levensloop voor deze werknemer wordt gezien als loon uit vroegere dienstbetrekking. Op grond hiervan is het dan geen loon voor de premies werknemersverzekeringen. Er is wel sprake van loon voor de ZVW en loonheffing.
     
  • Wie moet loonheffingen inhouden?
    De loonheffingen moeten worden berekend door de huidige werkgever. Ook als het levenslooptegoed niet geheel bij hem is opgebouwd. De instelling waar het levenslooptegoed wordt opgebouwd (bank, verzekeraar of beleggingsinstelling) moet de werkgever informeren over het uit te betalen tegoed.

    Als er geen werkgever is (bijv. als de werknemer inmiddels zelfstandige is geworden, of faillissement werkgever) dan moet de instelling waar het tegoed op een rekening staat de loonheffingen berekenen. De werknemer moet in dit soort gevallen wel een verzoek doen aan de instelling.

    Als de werknemer bij een voormalige werkgever tegoed heeft opgebouwd, maar dit niet bij zijn huidige werkgever heeft voortgezet, moet de instelling waar het tegoed op een rekening staat de loonheffingen berekenen. Ook hier moet er een verzoek zijn van de werknemer.
 

Verwerking in de loonadministratie

De tegoeden van < € 3.000 per 31-12-2011 vallen allemaal vrij bij aanvang van het kalenderjaar 2013. De Belastingdienst stelt dat dit saldo uiterlijk moet zijn verloond zodra de werkgever informatie heeft of uiterlijk per 1 april 2013. De rentebijschrijvingen over 2012 die in het algemeen begin 2013 worden gedaan moeten nog wel in de heffing worden betrokken. De rente 2013 wordt gezien als rente op een “ bankrekening” en is geen loon.

 

20 % netto (80/20 regel)

Van het tegoed op 31-12-2011 wordt 20% buiten de grondslag gelaten.

  • Als het bedrag dat vrijvalt lager is dan het levenslooptegoed op 31 december 2011 dan wordt de grondslag verlaagd met 20% van het saldo dat vrijvalt
  • Als het bedrag dat vrijvalt hoger is dan het levenslooptegoed op 31 december 2011 dan wordt de grondslag verlaagd met 20% van het levenslooptegoed op 31 december 2011.
 

Berekenen loonheffing

In dit geval is er sprake van een eenmalige betaling, zodat de tabel bijzondere beloningen moet worden toegepast.

 

Berekenen premies werknemersverzekeringen

De vrijval van het levenslooptegoed behoort, door de wet uniformering loonbegrip tot de grondslag voor de premies werknemersverzekeringen. Omdat er sprake is van een eenmalige betaling moeten er, vanwege de verplichte VCR-methode, in dit geval alleen premies worden berekend als er in 2013 ook tijdvakloon door de werkgever wordt uitbetaald.. Er kan sprake zijn van een ‘inhaaleffect’.

Is de werknemer 61 jaar of ouder dan is er sprake van loon uit vroegere dienstbetrekking en is de opname levensloop uitgezonderd van de grondslag premies werknemersverzekeringen.

 

Berekenen ZVW

De vrijval levenslooptegoed behoort tot de grondslag waarover bijdrage ZVW moet worden berekend. In dit geval is er sprake van de verplichte werkgeversheffing van 7,75%.

Ook als de werknemer 61 jaar of ouder is.. Weliswaar is er sprake van loon uit vroegere dienstbetrekking, maar dat is niet het criterium. Opname levenslooptegoed viel in 2012 onder de verplichte werkgeversvergoeding. Omdat er sprake is van een eenmalige betaling moet er, vanwege de verplichte VCR-methode, in dit geval alleen ZVW worden berekend als er in 2013 ook tijdvakloon (loon uit tegenwoordige dienstbetrekking) door de werkgever wordt uitbetaald. Er kan sprake zijn van een ‘inhaaleffect’.

 

Verwerking levensloopverlofkorting

Ongeacht het saldo per 31-12-2011 is de opbouw van de levensloopverlofkorting gestopt per 2012.
Het bedrag van de levensloopverlofkorting bedraagt, per jaar dat is ingelegd in de levensloopregeling, € 205. De opbouw is maximaal over de jaren 2006 t/m 2011. Dit betekent dat de opgebouwde levensloop maximaal 6 x € 205 = € 1.230 bedraagt.

Bij de toepassing van de levensloopverlofkorting wordt eventueel eerder genoten levensloopverlofkorting in mindering gebracht.