500 km grens

 

De fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto is NIET van toepassing indien er niet meer dan 500 km privé wordt gereden per kalenderjaar. In de praktijk zijn er regelmatig vragen over de toepassing van de grens van 500 km.

 

Opletten bij wisselen van auto's

Heeft een werknemer slechts over een periode van 3 maanden een auto ter beschikking, dan moet u de werkelijk gereden privékilometers over het kalenderjaargedeelte omrekenen tot het aantal privékilometers dat de werknemer zou rijden in een heel kalenderjaar. In dit voorbeeld mag er in de betreffende 3 maanden niet meer dan 125 km (3/12maanden * 500km) privé met de auto worden gereden.

 

Wisseling van auto

Ook bij wisseling van auto speelt de 500 km-grens een rol. Het komt voor dat werknemers bij wisseling van een leaseauto in de loop van het jaar besluiten de nieuwe leaseauto niet voor privé te gebruiken. Als er met de eerste auto wel privé is gereden moet er ook voor de nieuwe auto een bijtelling worden gedaan. Zie het voorbeeld bij een andere auto in het kalenderjaar.

 

Kalenderjaarbasis

Stel dat de auto een aantal maanden niet voor privé wordt gebruikt door de werknemer. De werkgever zal ook over die periode dat de auto niet voor privé gebruikt bij het loon moeten tellen, behalve als de werknemer de auto voor die periode niet ter beschikking heeft.

Voorbeeld kalenderjaarbasis
Jan rijdt in een auto van de werkgever van 1 januari tot en met 31 december. Van mei tot en met juli rijdt Jan geen privékilometers met de auto omdat hij in het buitenland verblijft. In de overige maanden rijdt hij 600 privékilometers.

Zijn werkgever moet dan het hele jaar de bijtelling tot zijn loon rekenen. Alleen als Jan de auto inlevert bij de werkgever, de sleutels en papieren aan de werkgever geeft, staat de auto niet ter beschikking van Jan en kan de bijtelling over de maanden mei tot en met juli achterwege blijven.

Als in die periode een andere werknemer in de auto rijdt krijgt deze een bijtelling over de maanden mei tot en met juni tenzij deze werknemer aantoont met een rittenregistratie dat hij niet meer dan 125 km (3/12 x 500 km) privé heeft gereden.

 

De auto niet een heel kalenderjaar ter beschikking

De werkgever moet het aantal privékilometers dat in die periode met de auto is gereden herleiden tot het aantal privékilometers alsof er een heel kalenderjaar mee gereden zou zijn.

Voorbeeld
Van 1 januari tot en met 30 juni (6 maanden) heeft Bert een auto van werkgever A en rijdt in die periode 350 privékilometers. Omgerekend naar een heel kalenderjaar zou dit 12maanden / 6maanden x 350km = 700 totaal zijn aan privékilometers. Op kalenderjaarbasis dus meer dan 500 privékilometers. Daarom moet werkgever A van januari tot en met juni de bijtelling tot het loon rekenen.

Werkgever B stelt Bert van 1 juli tot en met 31 december (6 maanden) een auto ter beschikking. Bert rijdt in die periode 100 privékilometers met de auto. Omgerekend naar een heel kalenderjaar zou dit 12maanden / 6maanden x 100km = 200km in totaal zijn. Omdat dit op kalenderjaarbasis dus niet meer dan 500 privékilometers rijdt, hoeft werkgever B geen bijtelling tot het loon te rekenen.

 

Een andere auto in het kalenderjaar

Als de werknemer in een jaar een andere auto tot zijn beschikking krijgt en met beide auto's gezamenlijk meer dan 500 privékilometers rijdt in het kalenderjaar, moet de werkgever de bijtelling tot het loon rekenen.

Voorbeeld 1
Van 1 januari tot en met 31 maart krijgt Johan een auto ter beschikking gesteld door zijn werkgever. Met deze auto rijdt hij 50 privékilometers. Van 1 april tot het eind van het jaar heeft Johan een andere auto van de werkgever. Met deze auto rijdt hij 300 privékilometers. Op kalenderjaarbasis rijdt Johan in totaal 350 privékilometers. De werkgever hoeft niets bij het loon te tellen.

Voorbeeld 2
De auto van Peter heeft een catalogusprijs van € 25.000. Het is geen (zeer) zuinige auto. Per maand telt de werkgever van Peter € 520,83 ( 25.000 x 25% : 12) bij het loon omdat Peter de auto voor privé gebruikt. Vanaf 1 augustus heeft Peter een nieuwe auto met een waarde van € 40.000. Peter heeft de eerste leaseauto overgenomen en blijft daar privé in rijden. Met de tweede leaseauto rijdt Peter niet privé.

Toch moet de werkgever over de maanden augustus t/m december € 833,33 bij het loon van Peter tellen. Op jaarbasis is er namelijk meer dan 500 km privé gereden met een auto van de zaak. Pas vanaf het nieuwe kalenderjaar kan Peter verzoeken om een verklaring geen privégebruik. Hier doet zich dan wel het vreemde effect voor dat Peter in het jaar van wisselen van auto belasting betaalt over een auto die hij niet privé gebruikt. De fictie zegt echter, dat het voordeel wordt gesteld op 25% van de prijs van de auto die ter beschikking staat.