Instemming OR onvoldoende voor afschaffen premievrij pensioen

Instemming OR onvoldoende voor afschaffen premievrij pensioen

Door Gerard van der Toolen - 30 januari 2018
 

Belangrijke uitspraak rechtbank Almere

Op 18 januari 2018 heeft de rechtbank in Almere een uitspraak gedaan die belangrijk is voor ondernemingsraden en werknemers. Ondanks een positief advies van de ondernemingsraad mag een werkgever niet zonder meer een eigen bijdrage gaan vragen van werknemers die tot dan toe een premievrij pensioen hadden. 

 

Werkgevers versoberen de pensioenen fors en de pensioenopbouw van het uitgestelde salaris - het pensioen dus - is bij veel ondernemingen afgelopen 5 jaar tot zeker 20% lager geworden.

Deze versobering van de pensioenregeling is veroorzaakt door de veranderde fiscale wetgeving en het uitblijven van indexaties. De aanleiding is het verhogen van de pensioendatum en de kostenstijging voor hetzelfde pensioen. We leven immers gemiddeld langer en de rente is laag.

 

Instemming pensioenregeling

De voorgelegde casus ging als volgt:

Bedrijf XX BV heeft in het kader van de nieuwe fiscale versobering van het pensioen overleg gevoerd met de OR. Beide partijen werden bijgestaan door een eigen pensioenadviseur. Het bedrijf heeft instemming gevraagd om de pensioenregeling te veranderen. De werkgever zou evenveel blijven betalen (bij een verlaagde pensioenopbouw van 2% tot 1,875%) en werknemers die tot dat moment een premievrij pensioen hadden gaan nu bijdragen. Voor een deel van de werknemers wordt de werknemersbijdrage verlaagd. De OR heeft hiermee ingestemd. Een deel van de werknemers is het hiermee oneens en heeft de rechter om een uitspraak gevraagd.

 

Zwaarwegend of niet?

De rechter oordeelde dat de werkgever niet heeft aangetoond dat er sprake is van een zwaarwegend belang dat objectief bepaalbaar moet zijn.

De werkgever heeft het volgende gesteld:

“Het collectieve belang van het hebben van een fiscaal zuivere, toekomstbestendige en marktconforme pensioenregeling weegt naar onze mening zwaarder dan uw individuele belang van het hebben van een pensioenregeling zonder werknemerspremie. Dit maakt de voorgenomen pensioenregeling (inclusief werknemerspremie) tot een redelijk voorstel.”

De rechter heeft goed naar de Pensioenwet gekeken en hierin is een artikel opgenomen dat van belang is bij het veranderen van een pensioenregeling.

Artikel 19 van de Pensioenwet luidt: “Een werkgever kan de pensioenovereenkomst zonder instemming van de werknemer wijzigen indien de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenovereenkomst is opgenomen en er tevens sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.”

 

Onvoldoende aangetoond

De rechter is van mening dat de werkgever moet aantonen dat er een zodanig “zwaarwichtige reden is dat ongewijzigde voortzetting van de geldende arbeidsvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn”.

De werkgever heeft hier onder andere het volgende tegen in gebracht:

  • de regeling moet vallen binnen de fiscale pensioenkaders;
  • we leven langer dus pensioen wordt duurder;
  • de overeengekomen premie van 14% van de loonsom was onvoldoende om de pensioenafspraak na te komen;
  • de pensioenregeling is niet marktconform vanwege het ontbreken van een werknemersbijdrage;
  • een deel van de werknemers betaalde een eigen bijdrage van 10% en deze was te hoog. Door de verandering van de pensioenregeling kunnen wij dit bereiken (verlaging eigen bijdrage van 10% naar 7% voor werknemers met een eigen bijdrage);
  • 96% van de werknemers heeft instemming gegeven aan de nieuwe pensioenregeling.
 

Pensioenregeling aanpassen mag - afschaffen niet

Er was geen discussie over het feit dat de pensioenregeling zou worden aangepast zodat deze binnen de fiscale kaders zou vallen, het ging de werknemers die geen eigen bijdrage hadden om het invoeren van een eigen bijdrage.

De instemming van de ondernemingsraad is zwaar meegenomen door de rechter maar de gegeven instemming woog niet op tegen de plicht die de werkgever heeft om het zwaarwichtige belang aan te tonen.

De rechter vond het gerechtigd dat de werkgever met de adviseurs heeft gezocht naar een pensioenregeling die beter aan zou sluiten bij gegeven omstandigheden en argumenten van de werkgever, maar oordeelt dat dit niet ten koste mag gaan van een overeengekomen premievrij pensioen voor deze werknemers.

Bron: ECLI: NL: RBMNE:2018:62