Doorwerken of doorbeleggen na pensioendatum, wat zijn de gevolgen?

Door Cindy Centen - 2 augustus 2017
 

Een co-productie van Cindy Centen en Eko Loijenga - Focus Orange

Steeds meer deelnemers in pensioenregelingen krijgen te maken met een beschikbare premieregeling; ook wel iDC (individual Defined Contribution) genoemd. Een persoonlijk pensioenvermogen zoals in iDC zal waarschijnlijk ook de basis gaan vormen van een nieuw pensioenstelsel in Nederland. Dat stelsel is onderdeel van de lopende kabinetsonderhandelingen. Deze ontwikkeling wakkert ook de discussie over (meer) mogelijkheden tot het doorwerken en doorbeleggen na de pensioendatum aan. In dit artikel een overzicht van de mogelijkheden en 5 belangrijke adviezen voor werkgevers.

 

Bij een beschikbare premieregeling wordt – zoals wellicht bekend – kapitaal gespaard, waarvan op de pensioendatum pensioen wordt aangekocht. Dus de uitkering ligt nog niet vast ‘tijdens de rit’, maar wordt definitief vastgesteld wanneer men met pensioen gaat.

 

Tegenvaller…..

Maar goed, dan komt het moment dat men met pensioen wil gaan, maar tot de conclusie komt dat het te verkrijgen pensioen volgens de opgave van de pensioenuitvoerder toch wel fors tegenvalt. Reden daarvoor is dat bij het sparen voor pensioen rekening is gehouden met een rentestand op de pensioendatum van 3% of 4%. Dus dat in de toekomst ook dat rendement van 3% of 4% gemaakt kan worden en dat een verzekeraar daarmee dan al vooraf rekening houdt bij jouw aankoop van pensioen. Hoe hoger de rentestand, hoe hoger het pensioen dat je kunt aankopen. Maar… in werkelijkheid is die rentestand sinds ongeveer 2012 fors gedaald tot zelfs onder de 1%. En dat heeft tot gevolg dat een aan te kopen pensioen tot wel de helft lager is dan bij bijvoorbeeld 4% rente!

De beste manier om geen pensioengat te ervaren na de pensioendatum is gewoon blijven doorwerken. Er zijn steeds meer mogelijkheden om dat te doen en de barrières daarvoor vanuit de werkgever worden steeds kleiner. Denk bijvoorbeeld aan een aangepaste loondoorbetalingsregeling bij ziekte voor AOW’ers.

Voor veel mensen is dat echter geen optie, mogelijk omdat zij niet zo tevreden (meer) zijn over hun huidige baan. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mensen graag langer doorwerken naarmate zij meer tevreden zijn over hun huidige baan. Het komt uiteraard ook voor dat doorwerken gewoon geen optie is omdat mensen écht niet meer kunnen, versleten zijn.

 

Variabele uitkering

Voor de mensen die niet willen en/of kunnen doorwerken, zou de nieuwe wetgeving rondom doorbeleggen mogelijk een stukje tegemoetkoming kunnen bieden. Sinds 1 september 2016 is het namelijk mogelijk om het pensioenkapitaal niet ineens te besteden aan een vast en gelijkblijvend pensioen, maar aan een zogeheten variabele uitkering. Hierbij wordt geheel of gedeeltelijk doorbelegd met het opgebouwde pensioenkapitaal. Met de huidige lage rente zal dit zeker een gunstig effect hebben op de initiële uitkeringen. Hoe dit in de toekomst zal uitpakken is onbekend, want de pensioenuitkering wordt afhankelijk van toekomstige marktontwikkelingen. Vooraf is niet te voorspellen of de uitkeringen uiteindelijk hoger blijven of lager worden dan wanneer je nu in één keer een pensioen aankoopt. 

 

Wat zijn de effecten?

Een en ander is dus wettelijk mogelijk gemaakt, maar hoe wordt dit in de praktijk ingevuld? Want het zijn de uitvoerders (verzekeraars, premiepensioeninstellingen en pensioenfondsen) die deze grotere flexibiliteit moeten aanbieden. En daar zien we ook verschillende maten van keuzevrijheid.

Zo zijn er uitvoerders die de vrije keuze bieden tussen 0% en 100% garantie. Een best practice voorbeeld is Allianz.  

Hieronder zie je een aantal voorbeelden van door Allianz (verwachte) pensioenuitkomsten bij respectievelijk  0%, 50% en 100% garantie en gebaseerd op de rentestand van 0,7% per 16 juni 2017. 

 

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt duidelijk het verwachte effect van verschillende keuzes:

  • Zo geeft 100% garantie (Voorbeeld 1) in dit voorbeeld een gegarandeerde levenslange uitkering van €1.440 per maand.
  • 0% garantie en dus 100% doorbeleggen (Voorbeeld 3) levert een pensioenuitkering op die bij aanvang €1.850 bedraagt en dus maar liefst ruim €400 per maand meer is dan de gegarandeerde uitkering. Naar verwachting zal die uitkering pas na 15 jaar lager zijn dan de €1.440 per maand die een gegarandeerde uitkering oplevert, dus pas als de pensioentrekkende 82 jaar is.
    • In een optimistisch scenario kan de maandelijkse uitkering in 10 jaar zelfs stijgen naar bijna €2.800.
    • In een pessimistisch scenario zit de maandelijkse uitkering al na 2 jaar op het niveau van de €1.440 van de volledig gegarandeerde uitkering; om vervolgens steeds verder te dalen naar uiteindelijk slechts €400 per maand.

Het alternatief in dit voorbeeld is misschien het beste van twee werelden en dat is kiezen voor bijvoorbeeld 50% garantie (Voorbeeld 2)  met een startuitkering van €1.650 per maand, die naar verwachting pas na 15 jaar beneden de €1.440 per maand van de gegarandeerde uitkering uitkomt. Er zijn echter ook uitvoerders, zoals bijvoorbeeld Aegon, die maar twee smaken bieden: ofwel 100% gegarandeerd, ofwel 0% garantie.

 

Uitvoering en kosten verschillen

Er zijn meer verschillen te ontdekken tussen de verschillende uitvoerders. Bijvoorbeeld hoe er na pensioeningang wordt omgegaan met doorbeleggen. Zo zijn er uitvoerders waarbij de mate van risico wordt afgebouwd na pensioeningang en uitvoerders die het risico handhaven na pensioeningang. Ook de kosten verschillen enorm per uitvoerder.

Op pensioendatum heeft de deelnemer de mogelijkheid om te shoppen[¹] voor zijn (vaste of variabele) pensioenuitkering, maar hoe zie je als deelnemer hier nog de bomen door het bos? Bovendien is het maar de vraag of de deelnemer überhaupt bekend is met het feit dat hij kan shoppen! Voor werkgevers ligt hier dus een schone taak om de werknemers hier duidelijk op te wijzen en ze als goed werkgever te begeleiden in de aankoop van het best passende pensioen.

 

MOGELIJKE ACTIES:

  1. Ga na welke mogelijkheden uw eigen pensioenuitvoerder biedt voor doorbeleggen.
  2. Vergelijk dit (of laat dit vergelijken door een professioneel adviseur ) met andere aanbieders in de markt.
  3. Beoordeel samen met uw adviseur welke aanbieders de aantrekkelijkste voorwaarden voor uw medewerkers kennen.
  4. Bespreek dit samen met uw ondernemingsraad of pensioencommissie.
  5. Betrek de keuzemogelijkheden in uw communicatie over pensioenen met uw medewerkers.
 

[¹] Dit geldt voor regelingen die uitgevoerd worden bij een verzekeraar of een premiepensioeninstelling. Voor regelingen bij pensioenfondsen gelden iets andere regels.