6 Misverstanden over pensioen en AOW

Door Nel van Holst - 2 november 2016

 

Het bericht dat de AOW-leeftijd in 2022 (weer) verder omhoog gaat heeft in ieder geval één positief effect, zo weet iedereen die zich bezighoudt met pensioenzaken. De publiciteit zorgt er namelijk voor dat meer mensen zich afvragen hoe het nu eigenlijk zit met hun oudedagsvoorziening. Dat merken ze bij de pensioenverzekeraars, de tussenpersonen maar zeker ook bij HR, vaak ook voor dit onderwerp het eerste aanspreekpunt.

 

Is HR hier op voorbereid? Niet altijd, maar daar kan aan gewerkt worden. Toch een hele klus want pensioencommunicatie is een uitdaging voor HR. Daarom ruimen we op deze plaats vast 6 misverstanden over pensioen en AOW uit de weg. 

 

1. We krijgen allemaal evenveel AOW

Iedereen - van koning tot crimineel - krijgt AOW. Het maakt niet uit of je betaald werk gedaan hebt. Maar woonde en/of werkte je een aantal jaren in het buitenland, dan krijg je wel minder: 2 procent per jaar dat je in het buitenland gevestigd was.

Zakt je inkomen hierdoor onder bijstandsniveau, dan kun je via de Aanvullende inkomensvoorziening Ouderen (AIO) een aanvulling krijgen. Met je AOW uitwijken naar een goedkoop buitenland en zo je besteedbaar inkomen opkrikken?

Dat kan, maar lang niet in elk buitenland. Binnen de EU geldt met de meeste landen een verdrag. Maar op de Bahama’s wordt je AOW niet uitgekeerd. Op de site van de SVB vind je een overzicht van de landen waarvoor een AOW-exportverbod geldt.

 

2. Ieder jaar scheelt je 6 procent

Niet helemaal. Wil je je pensioen eerder laten ingaan dan in het pensioenreglement is vastgelegd dan ontvang je minder pensioen. De korting is inderdaad ongeveer 6 procent per jaar. Tegelijk is de rekensom niet zo makkelijk als het nu lijkt. Dat komt omdat lang niet alle pensioenreglementen zijn aangepast aan de nieuwe AOW-leeftijd.

Zit je tegen je pensioen aan, dan zou het dus weleens kunnen meevallen. Ook slapende regelingen keren vaak eerder uit dan de actuele pensioenleeftijd: ga dit na via mijnpensioenoverzicht.nl Let op: je kunt je pensioen vaak wel eerder laten ingaan maar hebt dan nog geen recht op AOW. Dit gat - al snel 750 euro  -  zul je dus ook een aantal jaren moeten vullen.

 

3. Er zijn gewoon teveel babyboomers

Nee, het vergrijzingsprobleem geldt voor de AOW, niet voor de aanvullende pensioenen. Geld voor de AOW wordt opgebracht door de werkenden en direct doorgezet naar de AOW-gerechtigden. Het probleem is dat steeds minder werkenden voor steeds meer en langer levende AOW-ers moeten zorgen… en daardoor laten we sinds enkele jaren de AOW later ingaan.

De babyboomers hebben in grote meerderheid een aanvullend pensioen. Hun geld wordt door de pensioenfondsen belegd en bedraagt met meer dan 1300 miljard inmiddels tweemaal het nationaal inkomen.

 

4. Afwachten of je je premie terugziet…

Nee, mensen die nu met pensioen gaan krijgen gemiddeld meer dan vier keer hun ‘inleg’ terug in pensioenuitkeringen. Meestal is bovendien een groot deel van hun pensioenpremie door de werkgever betaald en komt er maar zo’n 10 procent van de werknemer! Het kapitaal wat de pensioenfondsen nu bezitten is grotendeels verdiend met beleggen.

 

5. 40 jaar gewerkt. Ik zit goed!

Het aantal jaren dat je werkt of gewerkt hebt is natuurlijk van belang voor het pensioen dat je opbouwt. Maar helaas is het ook mogelijk dat je vele jaren werkte zonder dat er voor jou een oudedagsvoorziening geregeld was. Hoewel de meerderheid van de bedrijven dit wel doet, is de werkgever namelijk niet verplicht om een pensioenregeling aan te bieden of boden ze in het verleden niet aan alle werknemers een pensioenregeling aan.

Nu moet een werkgever met een collectieve pensioenregeling iedereen dezelfde regeling aanbieden, maar tot ver in de 80-er jaren konden pensioenfondsen part time werkenden - meestal vrouwen! - uitsluiten. Hoe het met jouw pensioen zit, kun je zien op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Hier vind je antwoord op de hoogte van het bedrag en wanneer dit uitgekeerd wordt. Helaas zie je hier geen details over de manier waarop het ooit is opgebouwd. Zo worden bedrijfspensioenfondsen ook wel uitgekeerd via een verzekeraar. Dan zie je die naam (en niet die van het fonds of je oude bedrijf) in het overzicht staan.

 

6. Eén baas - één pensioenfonds, toch?

Dat hoeft niet. Overheidsdienaren hebben wél altijd te maken met het ABP. Andersom kan ook: als je altijd in de grafische sector werkzaam was maar wel voor verschillende werkgevers, bouwde je waarschijnlijk al die tijd pensioen op bij het Grafisch Pensioenfonds. Maar werkgevers met een eigen pensioenregeling wisselen nogal eens van uitvoerder.

Dan zie je dus meerdere partijen op je overzicht www.mijnpensioenoverzicht.nl staan. Een totaal onbekend fonds op je overzicht? Kleinere bedrijfstakpensioenfondsen gaan vooral de laatste jaren steeds vaker op in een groter fonds, wellicht is dat ook bij jou het geval.