Collectieve waardeoverdracht: handel tijdig en zorgvuldig

Door Eric Bergamin - 25 mei 2016

 

Collectieve waardeoverdracht voor werkgevers

Een coproductie van Eric Bergamin en Pieter Kieveron

Bij pensioenregelingen bestaat de mogelijkheid van collectieve waardeoverdracht. Deze kan in beeld komen bij een fusie, overname, collectieve wijziging van de pensioenovereenkomst of overgang naar een andere pensioenuitvoerder. Waarop werkgevers vanuit juridisch en pragmatisch perspectief zouden moeten letten en wat er in hoofdlijnen komt kijken bij een collectieve waardeoverdracht, leest u in deze bijdrage van Eric Bergamin en Pieter Kiveron.

 

Inleiding

Wij kiezen voor een toelichting aan de hand van een voorbeeldcasus. Een dergelijke casus kan snel realiteit worden, nu er met ingang van 1 januari 2016 een nieuwe loot aan de stam van pensioenuitvoerders bij is gekomen: het Algemeen Pensioenfonds. 

 

De Casus

Voorbeeld B.V. heeft met haar medewerkers een pensioenovereenkomst gesloten in de vorm van een uitkeringsovereenkomst (Defined Benefit). De regeling is ondergebracht bij Verzekeraar RisicA via een uitvoeringsovereenkomst die eind 2016 afloopt. Na het doorlopen van een gedegen proces van strategische heroriëntatie, waarbij de medezeggenschap (OR) tijdig en actief werd betrokken, is gekozen voor voortzetting van de pensioenregeling in een collectiviteitskring bij het APF Toekomst. De pensioenopbouw zal gelijkluidend zijn en er is een indexatie-ambitie afgesproken. De OR heeft positief gereageerd op het instemmingsverzoek van de directie van Voorbeeld B.V. De directie van Voorbeeld B.V. overweegt om over te gaan tot collectieve waardeoverdracht van de bij RisicA opgebouwde pensioenaanspraken naar de gekozen collectiviteitskring van APF Toekomst.

 

Overzicht

Het is van belang om de mogelijkheden en consequenties van collectieve waardeoverdracht (hierna: waardeoverdracht) vooraf duidelijk in kaart te brengen. De belangen van de verschillende stakeholders lopen uiteen en de wijziging van pensioenuitvoerder raakt de pensioenregeling in deze casus direct.

De voordelen voor de werkgever en de nieuwe pensioenuitvoerder bestaan meestal uit het behalen van schaalvoordelen (lagere kosten). Ook wijzigt in onze casus de methode waarop de verschuldigde premies voor de toekomstige opbouw worden berekend, omdat deze verschillen tussen verzekeraars en pensioenfondsen. Ten aanzien van de overgedragen rechten wijzigt de manier van het berekenen van toeslagen, omdat ook hier geldt dat verzekeraars een andere manier van berekenen hanteren dan pensioenfondsen. De voordelen voor de (gewezen) deelnemers kunnen bestaan uit centralisatie (one-stop-shop) en mogelijk verbeterd uitzicht op indexatie van opgebouwde pensioenaanspraken bij de nieuwe pensioenuitvoerder na waardeoverdracht.

Hoewel pensioenaanspraken opgebouwd vanaf 1 januari 2005 op basis van collectieve actuariële gelijkwaardigheid moeten worden overgedragen, kunnen verschillen optreden tussen de pensioenaanspraken bij RisicA en de te verwerven pensioenaanspraken bij APF Toekomst. Deze zullen in kaart gebracht moeten worden. 

 

Harde versus zachte rechten

Bij RisicA zijn de opgebouwde pensioenaanspraken ‘harde rechten’ die voor 99,5% gegarandeerd zijn onder de financiële regelgeving die geldt voor verzekeraars (Solvency). Over eventuele indexatie zijn veelal aparte afspraken gemaakt (onvoorwaardelijk, voorwaardelijk, of geen indexatie). Een verzekeraar kan de opgebouwde rechten niet verlagen als er te weinig vermogen in kas is. Bij APF Toekomst zijn pensioenaanspraken voor 97,5% gegarandeerd onder de financiële regelgeving die geldt voor pensioenfondsen (FTK). Naast een indexatie-ambitie lopen (gewezen) deelnemers het risico dat pensioenaanspraken verlaagd kunnen worden (‘afstempelen’) als de financiële positie (‘dekkingsgraad’) van het pensioenfonds (bij APF: de collectiviteitskring) daar aanleiding toe geeft. Hierdoor worden deze aanspraken ook wel aangeduid als ‘zachte rechten’.

De verschillen tussen harde en zachte rechten zijn belangrijk en in de regel moeilijk te doorgronden voor (gewezen) deelnemers. Vanwege de vele afhankelijkheden van externe factoren - denk aan rente, levensverwachting, financiële markten, kosten van uitvoering en regelmatig wijzigende wetgeving vanuit Nederland en Europa - is het vooraf lastig te bepalen welke van de twee uiteindelijk de beste pensioenresultaten zullen opleveren.

 

Voorwaarden oude pensioenuitvoerder

De mogelijkheden en voorwaarden van waardeoverdracht staan in de uitvoeringsovereenkomst met de vorige pensioenuitvoerder (RisicA). Mogelijk geldt een termijn waarbinnen de waardeoverdracht moet worden aangevraagd en is gespecificeerd welke pensioenaanspraken voor waardeoverdracht in aanmerking kunnen komen.

Bij verzekerde regelingen worden de pensioenaanspraken van ex-partners op bijzonder partnerpensioen en van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten in het algemeen niet overgedragen, evenals al ingegane pensioenen, maar dit is geen wetmatigheid.

Bij gewezen deelnemers moet aandacht geschonken worden aan mogelijke aanspraken op nabestaandenpensioen zolang er sprake is van een WW-uitkering.

De nieuwe pensioenuitvoerder zal deze verplichting niet over willen nemen. In de regel is het ook niet bekend bij uitvoerder en ex-werkgever dat een gewezen deelnemer een WW-uitkering krijgt en voor deze dekking in aanmerking komt. Het is dus belangrijk de gewezen deelnemers hier uitdrukkelijk op te wijzen: niet deelnemen aan collectieve waardeoverdracht zolang deze situatie van toepassing is. Ook moet er worden gekeken naar deelnemers die ziek zijn; hun rechten worden doorgaans evenmin overgedragen.

 

Instemming OR

Voor een voorgenomen CWO is de instemming van de medezeggenschap (OR) nodig als de overdragende uitvoerder een verzekeraar is. Het is aan te bevelen de OR in een vroeg stadium te betrekken. De wetgeving rondom pensioen en medezeggenschap is in beweging. Het is zaak goed te kijken welke vorm van medezeggenschap op het moment van de geplande overdracht geldt.

 

Instemming DNB

De vorige pensioenuitvoerder (RisicA) zal het voornemen tot waardeoverdracht uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk moeten melden aan de DNB. Daarbij wordt een (concept) Overeenkomst van overdracht en vrijwaring tussen de werkgever, de vorige pensioenuitvoerder (RisicA) en de nieuwe pensioenuitvoerder (APF Toekomst) meegezonden. Heeft de DNB binnen drie maanden na de schriftelijke melding geen bezwaar gemaakt, dan mag de waardeoverdracht plaatsvinden (of bij eerdere expliciete verklaring van geen bezwaar door de DNB). De termijn van drie maanden is geen vast gegeven; als DNB nog vragen heeft ten aanzien van de overdracht dan wordt de termijn van drie maanden opgeschort. De praktijk wijst uit dat de DNB in de regel voortvarend te werk gaat en verzoeken niet lang onbeantwoord blijven; mits de overdragende en ontvangende partijen de overdracht zorgvuldig voorbereid en gedocumenteerd hebben.
 

Instemming individuele deelnemer

Naast instemming van de OR zullen ook de individuele (gewezen) deelnemers moeten instemmen met de voorgenomen waardeoverdracht. Hierbij kan gekozen worden voor:

  1. Negatieve optie (‘opting-out’) De betrokken (gewezen) deelnemers en eventuele ex-partners krijgen een ‘redelijke termijn’, doorgaans minimaal 4-6 weken, om bezwaar te maken tegen de waardeoverdracht. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, wordt er van uitgegaan dat de deelnemer akkoord is en worden hun pensioenaanspraken overgedragen;
  2. Akkoordverklaring De betrokken (gewezen) deelnemers en eventuele ex-partners worden gevraagd een akkoordverklaring te tekenen voordat tot waardeoverdracht wordt overgegaan. De pensioenaanspraken van personen die bezwaar maken (bij optie A) of niet akkoord gaan (bij optie B) met de waardeoverdracht blijven achter bij de vorige pensioenuitvoerder (RisicA). Omdat dit een onpraktische situatie oplevert, is de zaak vooraf zo veel mogelijk in te schatten of er voor deelnemers redenen zijn om overdracht te weigeren. Als dat zo is zal er gekeken moeten worden wanneer de kans van slagen wél groot is, door bijvoorbeeld een ander aanbod te doen.
 

Informeren individuele deelnemer

Het schriftelijk informeren van de betrokken personen zal in de regel worden verzorgd door de vorige pensioenuitvoerder (RisicA). Dit is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. De werkgever kan dit ook zelf doen, eventueel bijgestaan door een pensioenadviseur. De informatie moet correct, duidelijk en evenwichtig zijn. De informatie zal tijdig moeten worden verstrekt, opdat de betrokkene voldoende tijd heeft om een besluit te nemen, en vooraf eventueel persoonlijk advies in te winnen.

Indien gebruik wordt gemaakt van de negatieve optie (hiervoor onder A; opting-out) is het van belang dat aangetoond kan worden dat de informatie ook daadwerkelijk bij de betrokkenen is aangekomen. In de praktijk wordt er daarom vaak voor gekozen om schriftelijke informatie aangetekend te versturen. Dat kan best een uitdaging zijn bij gepensioneerden, bijvoorbeeld omdat bejaardentehuizen geen aangetekende post voor bewoners aannemen. Soms loont het wanneer een medewerker van de uitvoerder of werkgever de moeilijk bereikbare (gewezen) deelnemers persoonlijk bezoekt.

In de praktijk wordt ook wel gebruik gemaakt van verplicht gestelde informatiebijeenkomsten voor actieve deelnemers waar de voorgenomen waardeoverdracht wordt toegelicht. Het is in dat geval aan te raden een lijst bij te houden met aanwezigen. Mocht een deelnemer onverhoopt tegen de overdracht zijn en hij heeft geen enkele manier van informatie tot zich genomen, dan kan een rechter het afwijzen van de overdracht ongegrond verklaren. Een deelnemer moet zich namelijk inspannen om de aangereikte informatie tot zich te nemen, anders is zijn verzet in juridische termen onredelijk.

Nadat de waardeoverdracht heeft plaatsgevonden informeert de nieuwe pensioenuitvoerder (APF Toekomst) de betrokkenen.

 

Tips voor de werkgever

  • Let op de (exit)voorwaarden in de uitvoeringsovereenkomst: mogelijkheden, kosten en taakverdeling betreffende de communicatie richting (gewezen) deelnemers))
  • Zorgvuldige en tijdige informatieverstrekking is van essentieel belang
  • Houd rekening met een substantiële doorlooptijd; begin op tijd. Een traject met alles er op en er aan duurt ruim driekwart jaar tot een jaar.
 

Dit blog is een coproductie van Eric Bergamin en Pieter Kiveron.