Hoognodige pensioenhervorming leidt tot 'contradictio in terminis'

Door Hans van Meerten - 22 maart 2016

 

Is individueel eigendomsrecht verenigbaar met herverdeling en verplichtstelling?

Het pensioenstelsel is dringend aan hervorming toe, daarover zijn (bijna alle) vrienden en vijanden het eens. Het stelsel is onhoudbaar. In de Sociaal Economische Raad (SER) wordt momenteel – wederom – onderhandeld over een nieuw pensioencontract dat voor de meeste pensioenfondsen geldt. Steeds meer pensioenfondsen wachten dit niet langer af en verhuizen naar België[1]. Vanuit de deelnemer bezien kan je ze dat nauwelijks kwalijk nemen. Inmiddels is ook wel duidelijk dat we naar een individuele regeling gaan. Prof. Dr. Hans van Meerten, hoogleraar internationaal pensioenrecht, belicht in dit gastblog waarom dat een goede zaak lijkt

 

Is individuele pensioenopbouw de heilige graal?

Individuele pensioenopbouw kan het vertrouwen terugwinnen van de deelnemer. Zo wordt inzichtelijker wat je opbouwt. Dit systeem moet in plaats komen van allerlei ingewikkelde herverdelingsmechanismen die we ‘solidariteit' noemen, maar waarvan de experts niet eens weten hoe ze precies werken. In het huidige systeem betaalt bijvoorbeeld jong voor oud en laagopgeleid voor hoogopgeleid. Sommigen noemen dat zelfs ‘perverse solidariteit'. Maar gaan we wel naar een individuele rekening? Een individuele rekening is immers niet hetzelfde als een individueel eigendomsrecht. Bij een individuele rekening lijk je te kunnen zien hoeveel je exact opbouwt, terwijl bij een individueel eigendomsrecht kun je daarover ook daadwerkelijk beschikken.

 

Pensioenfederatie: ingewikkelde herverdeling zonder garanties

Ook de Pensioenfederatie, een machtige lobbyclub die (met name) opkomt voor de belangen voor de grotere pensioenfondsen en niet noodzakelijkerwijs voor de belangen van de deelnemer, lijkt ‘om' te zijn. Ook  de federatie leek onlangs – in navolging van vele anderen – voor een individuele rekening te pleiten. Wie echter goed kijkt naar het plan van de Pensioenfederatie ziet dat er een forse adder onder het gras zit. De Pensioenfederatie wil de uitkeringsovereenkomst afschaffen (die bevat immers garanties) en de ingewikkelde herverdelingsmechanismen handhaven. Daarmee zijn we dus weer terug bij af en is de kans groot dat in de SER eveneens ingewikkelde herverdelingsmechanisme ontwikkeld worden.

Deze ingewikkelde herverdeling is volgens de Pensioenfederatie nodig om eventuele schokken op te vangen, bijvoorbeeld een lage rente stand. Letterlijk schrijft de federatie:

"Want door samen risico's te delen, is uiteindelijk iedereen beter af. Dat geldt ook voor de samenleving als geheel. We kunnen in de collectiviteiten die pensioenfondsen zijn beleggingsrisico's, inflatierisico's, renterisico's, langleven risico's, overlijdensrisico's en wat dies meer zij met elkaar blijven delen. En zolang het echt delen van risico's is en géén doorschuiven van huidige lasten naar de toekomst, kan dat ook over de generaties heen".

Wederom klinkt dat sympathiek en weinig mensen zullen tegen een dergelijk 'statement' zijn. We willen immers geen 'pech en geluk generaties' (die er trouwens nu al meer dan ooit zijn), zo hoor je de pensioenlobby vaak roepen.

 

Heeft het delen van risico's werkelijk zin?

We moeten in het nieuwe systeem echter goed kijken welke risico's we delen en welke niet. Indien de risico's voor iedereen hetzelfde zijn, lijkt het delen van deze risico's geen enkele zin te hebben: het levert geen tot nauwelijks welvaartswinst op. Het heeft geen nut om een brandverzekering af te sluiten als ieders huis in de brand staat. In het huidige pensioensysteem zit echter de nodige onduidelijkheid en dat heeft tot veel onvrede geleid bij de deelnemer. Daar moeten we nu juist van af. Indien we het weer ondoorzichtig maken, komt de SER over twee jaar opnieuw bijeen om te vergaderen over een nieuw pensioencontract. Dat kan echt niet meer.

 

Bestaansrecht pensioenfondsen bij loslaten garantie?

Daarbij geldt ook het volgende. Wat is de functie van een pensioenfonds nog als we de garantie loslaten? Een pensioenfonds – met al zijn toeters en bellen – is ingericht om een bepaalde garantie na te komen. Indien de garantie wordt losgelaten (wat overigens de facto allang het geval is) dan kan de regeling net zo goed – ik durf te zeggen weleens beter – door een andere, minder complexe entiteit worden uitgevoerd.

 

Verplichtstelling schiet doel voorbij

Nauw samenhangend hiermee: wat rechtvaardigt de grote en de kleine verplichtstelling nog? De grote verplichtstelling zorgt ervoor dat de deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds algemeen verbindend is voor de gehele sector. De kleine verplichtstelling verplicht werknemers om deel te nemen aan de pensioenregeling van hun werkgever op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst. De idee is dat een deelnemer door deze verplichtstellingen een beter pensioen krijgt dan partijen die in 'de markt' actief zijn. Maar dat is dus allang niet meer zo! Uit rapporten blijkt dat een PPI voor 50 euro de administratie verzorgt en een vergelijkbaar pensioenfonds voor 395 euro.

 
 

Wat kan Brussel bijdragen?

Mijn vertrouwen in een nieuw stelsel ligt allang bij de Brusselse wetgever. Niet alleen wordt in talloze internationale rapporten steeds weer aangetoond dat het huidige systeem snel moet veranderen. Ook bevat het Europese recht tal van waarborgen die kunnen worden aangegrepen om hervormingen af te dwingen. Zo pleitte EIOPA (de EU-toezichthouder) onlangs weer voor de zogeheten 'PEPP': de persoonlijke pensioenrekening. Nederland met zijn machtige pensioenlobby reageerde helaas erg kritisch. Maar een terecht punt is dat individueel dan ook echt individueel moet zijn.

 

Kanttekeningen bij individueel eigendomsrecht

Onderzocht moet worden of een individueel eigendomsrecht zich wel met herverdeling en de verplichtstelling verhoudt. Mijn eerste inschatting: dat verhoudt zich slecht tot moeizaam. Niet alleen is het Europese eigendom verstrekkender dan het nationale begrip (ook pensioenrechten vallen eronder), maar een individueel eigendomsrecht lijkt te impliceren dat je 'vrij' met je geld kan omgaan. Immers, wie individueel eigenaar is mag de zaak gebruiken zoals diegene wil, ook op een manier die niet overeenkomt met de bestemming.

We kunnen overigens best een collectieve regeling met meer inzicht in de pensioenopbouw introduceren. Maar de mogelijkheid van onderlinge herverdeling moet vrijwillig, en niet langer verplicht zijn. De onderlinge herverdeling kan – mocht daar behoefte aan zijn – in een apart contract met duidelijke voorwaarden worden neergelegd. Verplichte herverdeling doen we in de AOW.

Met andere woorden: een ‘individueel eigendomsrecht met verplichte herverdeling', dat lijkt een contradictio in terminis. Het lijkt me hoog tijd dit naar de deelnemer duidelijk te maken.

 

Tot slot:

In Nederland is zeer belangrijk dat het zogenaamde 'transitiepad' – de omzetting van het oude naar het nieuwe systeem – in overeenstemming is met Europees recht. Veel oudere werknemers hebben in het systeem immers rechten opgebouwd en het Europese recht beschermt deze rechten. Daarmee moet rekening worden gehouden. Dat betekent echter niet dat deze eigendomswaarborgen een hervorming van het stelsel in de weg staan. Een idee daarbij is om een deel van de kosten die je bespaart als je het stelsel ontdoet van de dure complexiteit, aan te wenden ter gedeeltelijke compensatie voor garanties die je hebt toegezegd.