De voordelen van een APF voor pensioenfonds en pensioenuitvoerder

Door Robert Timmer - 4 november 2015

Het Algemeen Pensioenfonds (APF) wordt door veel partijen gewenst. We zien in de markt dat bestaande pensioenuitvoerders al een APF ‘klaar' hebben staan, terwijl de ingangsdatum van 1 januari 2016 nog niet definitief is.

 

Maar wat zijn de voordelen van het APF dan precies voor de kleinere pensioenfondsen (die weer niet ‘te' klein zijn) en voor pensioenuitvoerders? En is het wel verstandig om op korte termijn over te stappen naar een APF, als het streven van het Kabinet is om per 2020 een nieuw pensioenstelsel in te voeren? Een beschouwing van pensioenspecialist Robert Timmer.

 

De verwachte voordelen van het APF

  1. Een veel genoemd voordeel van het APF zijn de lagere kosten. Wij zien deze slechts zeer beperkt: het nFTK[1] blijft immers van toepassing. Voor een ondernemingspensioenfonds met een eigen ‘segment' binnen het APF, worden de financiële spelregels dus niet lichter (lees: goedkoper). Wellicht is dit anders voor een regeling die voorheen bij een verzekeraar werd ondergebracht: het nFTK kan een lichter (lees goedkoper) regime in het leven roepen. Qua governance (bestuur) is er voor een ondernemingspensioenfonds wellicht wat voordeel te behalen: er hoeven bij een APF minder mensen in besturen en organen van het fonds.
  2. Daarnaast wordt als voordeel schaalgrootte genoemd: het APF zou als grotere partij voordeliger kunnen inkopen. Denk hierbij aan beleggingsdiensten en administraties. Een en ander zou dan leiden tot lagere kosten, die – bij gelijkblijvende investering - leiden tot meer pensioen voor de deelnemer. Dit voordeel geldt met name voor de kleinere fondsen en verzekeraars die in hun huidige vorm niet dit volumevoordeel genieten.
  3. Tenslotte verwachten wij dat de introductie van het APF de aanzet is voor vernieuwing in administratieve systemen. Bij de introductie van de PPI zagen wij dat ook: in feite is het product niet vernieuwend, maar wordt het uitgevoerd op nieuw ontwikkelde administratieve systemen.
 

Wie ervaart de voordelen van het APF?

Deelnemers

Een beoogd gevolg van het APF is dat deelnemers de voordelen vertaald zien in lagere uitvoeringskosten en daardoor een beter rendement (uitgaand van dezelfde investering). De deelnemer zal in beginsel maar 1 keer het voordeel voelen. Daarbij leert onze ervaring ons dat het voordeel van lagere uitvoeringskosten niet altijd terugvloeit naar de deelnemers, maar juist naar de sponsor-werkgever, dan wel ‘verdampt' in stijgende omliggende kosten zoals lagere rentes of oplopende levensverwachtingen. Overigens hoeft dit geen reden te zijn om niet naar een APF over te stappen. Wellicht profiteert de deelnemer van nieuwe administratieve systemen.

 

Pensioenuitvoerders

Voor bestaande pensioenuitvoerders is het grote voordeel: het behalen van schaalvoordeel via het APF door het gebundeld inkopen van de pensioendienstverlening en door het inrichten van nieuwe, ‘up-to-date' standaardadministraties via het APF. Deze ontwikkeling zagen we eerder ook bij de introductie van dePPI [2], die als uitvoerder voor een versnelling van nieuwe administratievoering zorgde (hoewel een DC-product niet nieuw was).

Standaardisatie kan ook te vinden zijn in het vermogensbeheer, de bestuursondersteuning, het klantcontact en mogelijk zelfs in de regeling. Het laatste is mogelijk interessant: door een APF zo in te richten dat er verschillende ringen ontstaan voor de verschillende klanten/groepen (even los van de vraag of dat juridisch wel mag), kan er verschillend beleid per groep worden gevoerd ter optimalisering van rendement en risico. De standaardisatie kan echter ook doorslaan, waardoor sociale partners en/of het bestuur van een fonds beperkingen ondervinden in de mogelijkheden van een bij de sector of het bedrijf passende regeling.

 

Pensioenverzekeraars

Voor pensioenverzekeraars ligt het wellicht nog wat genuanceerder: er zijn levensverzekeraars die de hele verzekeringsportefeuille of alle nieuwe producten om willen zetten, dan wel in willen richten in een APF omgeving. Nog even los van de juridische implicaties, levert dit verzekeraars wellicht voordeel op: meer klandizie omdat er goedkoper pensioen kan worden ‘verzekerd' bij hun APF, de verzekeraars hoeven minder buffers aan te houden, en tegelijkertijd de ‘oude' garantieregelingen worden geconverteerd naar een nieuw pensioenproduct.

 

Bestuur

Voor het bestuur van het pensioenfonds kan standaardisatie via een APF ook voordelen bieden. De introductie van het APF kan, ook weer zoals bij het PPI, een versnelling geven van de implementatie van technologische vernieuwingen. Een APF zou bijvoorbeeld een online platform kunnen bieden waarop en waarmee gegevens worden uitgewisseld en beheerd. Het bestuur zou op dit APF-pensioenplatform realtime en letterlijk ‘aan de knoppen' kunnen zitten, terwijl gespecialiseerde partijen de diensten uitvoeren en gegevens over de uitvoering terugsturen. Een dergelijk platform zou tevens online communicatie, klantcontact, bestuursondersteuning en control die het pensioenfondsbestuur en de deelnemers bedienen, kunnen bieden. We zullen zien of een dergelijk APF pensioenplatform er daadwerkelijk komt. Ook het in the lead zijn van het bestuur in een APF zal een aanzienlijke uitdaging worden.

 

Overstappen naar het APF zodra het er is?

De vraag is nu of het interessant is om per aanvang van het APF per direct over te stappen. Voor zowel overstappen als bij het huidige fonds blijven, zijn verschillende voor- en nadelen te noemen:

 

Redenen om in 2016 over te stappen op het APF:

  • Indien de huidige kosten aanzienlijk zijn en verdere verlaging van de kosten vanwege onvoldoende schaalgrootte niet mogelijk is, dan kan een overstap interessant zijn.
  • Indien de pensioenuitvoerder een aanzienlijk ‘legacy issue' heeft, dan is een overstap naar het APF interessant. Door de overgang kan afscheid genomen worden van het ‘legacy issue' en tevens kunnen bestaande garantie-pensioencontracten omgezet worden naar een toekomstvaster pensioenproduct.
  • 2020 lijkt dichtbij maar ervaring leert dat deze datum wel eens naar achteren kan schuiven. Wachten kan dus wel eens veel langer duren dan beoogd. Een overstap naar het APF kan dan interessant zijn indien de druk voor een toekomstvastere regeling hoog is en 5 à 8 jaar wachten een onoverbrugbare periode is.
 

Redenen om te wachten tot 2020:

  • Overgang naar een APF betekent een transitie. Een transitie brengt aanzienlijke kosten met zich mee en gezien er een volgende vernieuwing al op de loer ligt, kan een overgang nu betekenen dat meerdere grotere wijzigingen elkaar direct zullen opvolgen.
  • Is er voldoende schaalgrootte en zijn er slechts beperkte issues op financieel en uitvoeringsgebied, dan is een overgang nu waarschijnlijk geen reden. Sterker nog: een overgang nu kan dan juist kostenopdrijvend werken.
 

Conclusies

Voor nu lijkt het APF vooral een oplossing te zijn voor te kleine of slapende pensioenfondsen. Hierbij geldt: bestudeer alle opties voor een passende uitvoering goed, en kies dan een passende oplossing. Het is van belang niet onder druk te kiezen voor een APF, omdat dit de beste keuze lijkt.

Als het APF een online platform zal kunnen vormen dat het bestuur faciliteert bij het kiezen en beheren van de pensioendienstverleningscomponenten, creëert de introductie van het APF wellicht nieuwe mogelijkheden voor besturing van de pensioenregeling.

Het zelf kunnen kiezen zorgt dat een mate van eigenheid kan worden gekozen door een huidig bpf. In de huidige opzet lijken veel APF'en deze mogelijkheid tot eigenheid minder te bieden.

Qua funding (vanwege toepassing nFTK) zien we geen echte voordelen ten opzichte van uitvoering door een ondernemingspensioenfonds. Wellicht biedt de uitvoering door het APF uitvoeringsvoordelen, waarbij we de huidige uitvoeringsorganisaties als oprichters van APF-en een grote rol zien spelen. Maar of deze voordelen bij deelnemers en/of gepensioneerden terecht komen, kunnen we niet met zekerheid zeggen.

Wel voorzien we een mogelijke ‘boost' in de uitvoeringspraktijk voor nieuwe administratieve platforms, die ook voor bestuurders nieuwe mogelijkheden kunnen bieden.

Heeft u vragen, opmerkingen of aanvullingen naar aanleiding van dit artikel? Laat het mij of ADP dan gerust weten.

 

[1] Het nieuwe Financieel Toetsingskader (nFTK) verplicht pensioenfondsen door middel van een aantal ‘financiële spelregels' om de risicohouding (de mate waarin een fonds bereid en in staat is beleggingsrisico's te lopen) af te stemmen met sociale partners.

[2] Premiepensioeninstelling die pensioenregelingen uitvoert en pensioenvermogen opbouwt zonder zelf risico te dragen, omdat deelnemers op de pensioendatum met het opgebouwde pensioenkapitaal een levenslang pensioen inkopen bij een verzekeraar naar keuze, tegen het op dat moment geldend tarief. 'Defined Contribution' product = collectieve beschikbare premieregeling.

Statusupdate van de besluitvorming rondom het APF
De Tweede Kamer heeft het initiële wetsvoorstel APF op 18 juni 2015 aangenomen inclusief het amendement Lodders/Vermeij. Dit amendement maakt fusie van verplicht¬gestelde bedrijfstakpensioenfondsen (bpf'en) mogelijk, terwijl hun pensioen-vermogens gescheiden blijven (ringfencing). De staatssecretaris heeft het voorstel ter behandeling naar de Eerste Kamer gezonden en tevens advies van de Raad van State (RvS) gevraagd over de implicaties van het amendement. De RvS heeft het amendement afgeschoten, met name vanwege mogelijke problemen met de Europese mededingings¬regels. Er is een novelle (nieuw wetsvoorstel) aan de RvS voorgelegd. Hierin heeft de staatsecretaris het gewraakte amendement - en dus de mogelijkheid tot ringfencing - uit het wetsvoorstel gehaald en de rest van het voorstel overeind gehouden. Bij een positief advies van de RvS gaat de novelle voor instemming naar de Tweede Kamer. Een meerder¬heid van de partijen (VVD, PvdA, D66 en CDA) heeft al aangegeven om vóór het nieuwe voorstel te stemmen. Daarna kan de Eerste Kamer het voorstel verder behandelen. De invoering van het APF per 1 januari 2016 is nog steeds haalbaar, zeker is het echter nog niet.