Aandachtspunten bij samenloop van netto pensioen en netto lijfrente

Door Pieter Kiveron - 25 september 2015

Voor pensioengevende salarissen boven € 100.000 kennen we in Nederland met ingang van 1 januari 2015 een begrenzing van pensioenopbouw met de omkeerregel. Daarvoor in de plaats introduceerde de wetgever een vrijwillige netto faciliteit: netto lijfrente en netto pensioen. In de praktijk blijkt de duivel in de details te zitten.

 

Met een korte serie over deze nieuwe vorm van pensioenopbouw informeren wij u rechtstreeks vanuit praktijksituaties, lees ook het artikel 'Het venijn in de staart bij pensioenopbouw boven €100.000'. In dit tweede artikel enkele aandachtspunten bij samenloop van netto pensioen en netto lijfrente.

 

De verandering voor tonplussers in het kort

Voor het pensioengevend salaris boven €100.000 is de omkeerregeling (premies aftrekbaar, uitkeringen belast) niet langer toe te passen. Dat betekent dat de pensioenopbouw in reguliere pensioenregelingen is afgetopt. De wetgever introduceerde een vrijwillige faciliteit voor de vorming van een netto oudedagsvoorziening, te betalen uit het netto inkomen en in de toekomst vrijgesteld van inkomstenbelasting.

Hiervan is de opgebouwde waarde vrijgesteld vermogen in box 3; de uitkeringen worden niet belast in box 1. Ook de Successiewet kent een vrijstelling van Erfbelasting, die vergelijkbaar is met de vrijstelling die geldt voor fiscaal gefaciliteerde regelingen waarvan de premies in aftrek zijn gebracht.

 

Netto lijfrente

Tot zover een herhaling van de eerste uitgave in deze serie, waarin nader op de valkuilen van een netto nabestaandenpensioen werd ingegaan. Netto pensioen voorziet in opbouw van een oudedagsvoorziening samen met de werkgever (tweede pijler). Het is ook mogelijk om met een netto lijfrente (privé) een netto oudedagsvoorziening op te bouwen over de premiegrondslag boven €100.000.

 

Enkele belangrijke verschillen

Netto lijfrente wijkt op een aantal belangrijke kenmerken af van netto pensioen. Zo is bij de netto lijfrente de premiegrondslag breder dan bij netto pensioen (zie tabel hieronder), terwijl de maximale premie bij een netto lijfrente gebaseerd is op een premiestaffel met een rekenrente van 4%.

Bij netto pensioen mag met een hogere premiestaffel op basis van een 3% rekenrente gewerkt worden.

Netto pensioen
Alle loonbestanddelen die wel onder het begrip ‘pensioengevend loon', bedoeld in artikel 18g, tweede lid, van de Wet LB en artikel 10b van het UBLB, vallen in het jaar van premiebetaling
Netto lijfrente
De premiegrondslag is de optelsom van alle inkomsten in het voorafgaande jaar die kunnen bestaan uit:
  • het belastbare inkomen uit loondienst (inclusief bijtelling auto van de zaak);
  • winst uit onderneming (voor toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en voor de ondernemersaftrek);
  • de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen (bijv. afkoopsom lijfrente);
  • belastbare resultaat uit overige werkzaamheden (bijv. inkomen uit ter beschikking gesteld vermogen)
 

Voor zover de premiegrondslag van 2014 de €100.000 overschrijdt is dat bij netto lijfrente bepalend voor de berekening van de maximale premie-inleg in 2015.

Er zijn nog meer verschillen die de keuze tussen netto pensioen of netto lijfrente kunnen beïnvloeden, zoals:

  • Medische waarborgen, die bij netto lijfrente wel gevraagd kunnen worden door de uitvoerder;
  • Keuze op pensioendatum tussen levenslange of tijdelijke uitkering
  • Bredere kring van begunstigden die bij netto lijfrente is toegestaan;
  • Voorkomen van verlies van opgebouwd kapitaal bij overlijden
  • De mogelijkheid van afkoop (met boete en revisierente over een periode van maximaal 10 jaar wegens onterecht gebruik van vrijstelling in box 3)
  • Verevening bij echtscheiding (niet op basis van de Pensioenwet (PW)), en
  • Bescherming in geval van faillissement, die bij netto lijfrente ontbreekt

Het betreft een complex financieel product waarbij het belangrijk is dat de werknemer zich hierover goed laat informeren door een specialist.

 

De praktijk

Belangrijk is om te realiseren dat eventuele premie voor netto pensioen die is betaald in het voorafgaande jaar in aftrek moet worden gebracht op de maximale premie-inleg voor netto lijfrente in enig jaar. Hier zit een complicerend element.

Veel werkgevers hebben gekozen voor een dekking van netto partner- en wezenpensioen om medewerkers te behoeden voor een (wellicht onopgemerkte) terugval in nabestaandendekking als gevolg van de aftopping van het pensioengevend salaris.

De uitvoerder van de netto (nabestaanden)pensioenregeling  (pensioenfonds, verzekeraar of PPI) en de uitvoerder van de netto lijfrente (verzekeraar, bank of beleggingsinstelling) zullen veelal niet dezelfde partij zijn.

De uitvoerder van de netto lijfrente weet daarom niet of, en zo ja hoeveel, premie is ingelegd voor een netto (nabestaanden)pensioenregeling in het voorgaande jaar. De uitvoerder van de netto lijfrente kan daarom geen controle uitvoeren of de netto lijfrente wel binnen de fiscale kaders blijft. Dat laatste is natuurlijk belangrijk om de fiscale faciliteiten niet te verliezen en geconfronteerd te worden met mogelijk revisierente een boete we wegens het onterecht gebruik maken van de vrijstelling in box 3 Inkomstenbelasting.

 

Tips voor werkgevers

  • Attendeer medewerkers op het feit dat betaalde premies voor uw netto pensioenregeling van invloed zijn op de fiscale ruimte voor netto lijfrente
  • Verstrek naast een overzicht van de aanspraken uit uw netto pensioenregeling (met een Uniform Pensioen Overzicht / Pensioen 1-2-3) een opgave van de voor netto pensioen betaalde premies in enig jaar
  • Overweeg een arrangement af te spreken voor netto lijfrente met de uitvoerder van een eventueel netto nabestaandenpensioenregeling. De werknemers kunnen profiteren van uw inkoopkracht (tarieven en voorwaarden) en fiscale toetsing is eenvoudiger te realiseren. Bij een dergelijk arrangement heeft u als werkgever geen rol in de uitvoering. De uitvoerder communiceert in de regel rechtstreeks met de deelnemer en incasseert daar ook de premies.