Prinsjesdag 2015

Door Marco Hennekam - 15 september 2015

De derde dinsdag in september: Prinsjesdag 2015.

Troonrede en Rijksbegroting bevatten dit jaar goed nieuws: iedereen die werkt gaat er volgend jaar op vooruit. Dat komt door lastenverlichtingen tot een bedrag van 5 miljard op arbeid. De loonkosten voor mensen die het minimumloon verdienen worden verlaagd zodat het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om deze werknemers in dienst te nemen.

 

Ouders van jonge kinderen kunnen daarnaast profiteren van een verhoging van de kinderopvangtoeslag. In deze speciale Nieuwsbrief Prinsjesdag signaleren we de plannen en voorstellen die van belang zijn voor de salaris- en HR- professional. De voorstellen worden nog voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer. Er kunnen dus nog wijzigingen plaatsvinden.

 

Vaderschapsverlof

Voor vaders wordt het vaderschapsverlof rondom de geboorte van een kind verlengd. Momenteel krijgen vaders nog twee dagen na de geboorte, vanaf 2017 wordt dat vijf dagen. Nu bestaat al de mogelijkheid rondom de geboorte van een kind drie dagen extra verlof op te nemen, maar dit zijn (meestal onbetaalde) dagen ouderschapsverlof. Er wordt gesproken over vaders maar feitelijk gaat het om de partner van de moeder van het kind.

 

Voordeelregel verdwijnt

De afgelopen jaren was er veel gedoe rondom het meer inkomensafhankelijk maken van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. HR en salarisprofessionals hadden heel wat uit te leggen. In 2015 kwam daar, door het verhogen van het percentage tabel bijzondere beloningen, de discussie bij of de voordeelregel wel of niet in alle gevallen aan moest staan.

Klaarblijkelijk heeft de Overheid zich ook gerealiseerd dat er veel (onnodige) discussie was. Vanaf 2016 komt er na meer dan 40 jaar een einde aan de voordeelregel. Bij eenmalige beloningen, overwerk e.d. past u dus vanaf 2016 altijd de tabel bijzondere beloningen toe.

 

Wijziging in belastingtarieven

De lastenverlichting voor burgers wordt onder andere bereikt door gewijzigde belastingtarieven. Vreemd genoeg stijgt het tarief in de eerste schijf van 36,5% naar 36,55%. Dit nog ten gevolge van maatregelen die in het Belastingplan 2014 al waren aangekondigd. Het tarief in de tweede schijf en derde daalt van 42% naar 40,15%. De tarieven in de eerste en tweede schijf zijn inclusief premies volksverzekeringen (totaal 28,15%) Het toptarief blijft 52% maar dit wordt pas verschuldigd bij een inkomen in box 1 van € 66.421. Nu is dat nog € 57.586.

 

Heffingskortingen

De algemene heffingskorting wordt verhoogd met € 27 tot € 2.230, maar wordt steiler en volledig afgebouwd. De afbouw begint bij het begin van de tweede schijf. De maximale arbeidskorting wordt verhoogd naar € 3.103. Maar wordt wel eerder afgebouwd. De afbouw begint in 2016 al bij € 34.015. Nu is dat € 49.770. Inkomens tot € 50.000 profiteren volgens de regering zo wel van een per saldo hogere arbeidskorting.

 

Nieuw: loonkostenvoordeel

Er komt een nieuw systeem met tegemoetkomingen in de vorm van loonkostenvoordelen. Daarnaast wordt een zogenoemd lage-inkomensvoordeel ingevoerd. Beide maatregelen moeten werkgevers stimuleren om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen.

Dit staat in het wetsvoorstel Tegemoetkomingen in de loonkosten van specifieke groepen (Wet tegemoetkomingen loondomein - Wtl). De premiekortingen oudere werknemers en arbeidsgehandicapten worden omgezet in een loonkostenvoordeel. De maximale looptijd is drie jaar. In tegenstelling tot nu worden het voordeel uitgedrukt in een bedrag per uur (€ 3,05) met een maximum van € 6.000 per jaar.

Ook voor werknemers die onder de banenafspraak (participatiewet) vallen komt er een loonkostenvoordeel. Voor die werknemer wordt het voordeel € 1,01 per uur met een maximum van € 1.800 per jaar.

Het wetsvoorstel introduceert verder het zogenoemde lage-inkomensvoordeel. Dit is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die mensen met een salaris tot 120% van het wettelijk minimumloon in dienst hebben. Het maximale voordeel voor u als werkgever wordt € 2.000 per jaar. UWV beoordeelt dit verzoek aan de hand van de gegevens in de loonaangifte. Door een vinkje in de loonaangifte doet u een verzoek.

Vervolgens betaalt de Belastingdienst u het voordeel uit. De invoering gaat in fases; eerst het lage-inkomensvoordeel in 2017, waarna de loonkostenvoordelen volgen in 2018.

 

Aanpassing gebruikelijkheidscriterium in de WKR

Volgens het aangepaste gebruikelijkheidscriterium mag de omvang van de als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate groter zijn dan de omvang van de vergoedingen en ver strekkingen die in de regel in overeenkomstige omstandigheden als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen.

Het moet gebruikelijk zijn dat de werknemer vergoedingen of verstrekkingen van een bepaalde omvang belastingvrij ontvangt doordat de werkgever de vergoedingen of verstrekkingen heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Het gaat er dus om dat het gebruikelijk is dat de werkgever de eventueel verschuldigde heffingen over de vergoedingen of verstrekkingen via eindheffing voor zijn rekening neemt. De voorgestelde wijziging blinkt uit in onduidelijkheden en algemeenheden. Ongetwijfeld zal er nog de nodige discussie volgen.

Het is te hopen dat de Belastingdienst het bedrag van € 2.400 blijft hanteren als sowieso gebruikelijk. Dat maakt het voor het overgrote deel van de praktijk wel zo overzichtelijk en werkbaar.

 

Werkprogramma pensioen

Dit najaar presenteert de regering een werkprogramma waarin zij de plannen voor het toekomstige pensioenstelsel verder uitwerkt. Het stelsel moet transparanter, eenvoudiger en persoonlijker, met een juiste balans tussen keuzevrijheid en risicodeling.

 

Bijdrage Zorgverzekeringswet

De lage (werknemers) bijdrage Zorgverzekeringswet wordt verhoogd van 4,85% naar 5,5%. De werkgeversbijdrage daalt naar 6,75%.