Wetsvoorstel ‘variabele pensioenuitkering’ kietelt uitvoerders, werkgevers en deelnemers

Door Ronald Doornbos - 24 augustus 2015

Op 9 juli jongstleden heeft staatsecretaris Klijnsma van SZW haar plannen openbaar gemaakt over doorbeleggen na pensioendatum voor beschikbare premieregelingen. 

 

De pensioensector is uitgenodigd om voor 16 augustus aanstaande input te leveren op dit wetsvoorstel ‘variabele pensioenuitkering'. Hoewel over de precieze invulling nog gediscussieerd wordt, hebben alle partijen er baat bij om doorbeleggen na pensioendatum in 2016 mogelijk te maken. Ronald Doornbos legt u uit waarom.

 

Huidige soorten pensioenregelingen

Er bestaan grofweg twee categorieën pensioenregelingen: uitkeringsovereenkomsten en premieovereenkomsten. Een uitkeringsovereenkomst wordt vastgesteld in termen van een bepaald te bereiken pensioen: een eind- of middelloon regeling.

Een premieovereenkomst wordt vastgesteld op basis van een vooraf overeengekomen premie: een beschikbare premieregeling. De premie wordt collectief belegd aan de hand van een zogenaamde lifecycle en de deelnemers dragen individueel het beleggingsrisico. Deelnemers aan een beschikbare premieregeling zijn momenteel verplicht het opgebouwde kapitaal uiterlijk op de pensioendatum in één keer om te zetten in een levenslange vaste pensioenuitkering. De hoogte van het nominale pensioen op het moment van inkopen is onzeker omdat de omzetting van het opgebouwde kapitaal afhankelijk is van de marktrente en de sterftetabellen op het moment van pensioneren. Een lage rente of een slecht beleggingsrendement kunnen hiermee resulteren in een laag pensioen.

 

Beperkingen van de beschikbare premieregeling

Vanaf de pensioendatum komen nu nog alle risico's volledig voor rekening van de pensioen­uitvoerder. Het pensioen is, afgezien van het risico op een faillissement van de pensioen­verzekeraar, in beginsel levenslang volledig gegarandeerd. In de afgelopen jaren is deze garantie voor pensioenuitvoerders steeds duurder geworden, met name als gevolg van de ontwikkeling van het langlevenrisico en van de marktrente. Dit gaat ten koste van de pensioen­uitkering, die in veel gevallen (veel) lager uitkomt dan waar de deelnemer op had gerekend (zie hiervoor ook mijn artikel van 26 juni jongstleden). 

Uitkomsten van analyses die in opdracht van Klijnsma zijn uitgevoerd, bevestigen dat de bestaande beschikbare premieregeling verbeterd kan worden. Er kan een hoger pensioen gerealiseerd worden door ook na de pensioenleeftijd in enige mate beleggingsrisico te nemen. De jaarlijkse risico's die hiermee geïntroduceerd worden, kunnen gedempt worden door marktschokken te spreiden in de tijd.

 

Wetsvoorstel ‘variabele pensioenuitkering'

Met het wetsvoorstel variabele pensioenuitkering (ook wel "doorbeleggen na pensioendatum") wil de regering de keuzemogelijkheid bieden van een risicodragend pensioen. Als de deelnemer hiervoor kiest, varieert zijn pensioen na de pensioendatum mee met het beleggingsresultaat. Het langlevenrisico wordt in alle gevallen verzekerd of gedeeld in een vooraf gedefinieerd collectief. Daarmee kan het pensioen al dan niet variëren in de ontwikkeling van de levensverwachting en het gerealiseerde resultaat op sterfte. 

 

Hoger rendement zonder garanties

Door het wegvallen van garanties van de pensioenuitvoerder kan een groter deel van het vermogen in zakelijke waarden worden belegd en kunnen dergelijke beleggingen ook na de pensioendatum worden voortgezet. Dit maakt het mogelijk over het opgebouwde vermogen een hoger beleggingsrendement te behalen en daarmee een hoger pensioenresultaat te realiseren. Tegenover een hoger verwacht rendement staan wel hogere risico's voor de deelnemer: de beleggingsresultaten kunnen natuurlijk ook tegenvallen. Een ander voordeel van de mogelijkheid om na de pensioendatum in zakelijke waarden te beleggen, is dat het de hoogte van de uitkering minder afhankelijk van de actuele marktrente op één moment (pensioendatum). Immers de verplichting om het kapitaal in een keer volledig om te zetten komt te vervallen.

 

Risico's voor deelnemer beperken en spreiden

Een belangrijke randvoorwaarde voor het kabinet is om al te grote schommelingen in de pensioenuitkeringen te voorkomen. Het kabinet stelt dan ook eisen aan de hoogte van het verwachte rendement dat een belangrijke component is om de uitkering vast te stellen. Dit moet voorkomen dat een deelnemer te hoge risico's neemt, en te veel optimisme aan het begin van de uitkeringsfase verderop in de uitkeringsfase leidt tot een lagere uitkering. Verder is in het voorstel de mogelijkheid opgenomen om schokken in de tijd (over maximaal 5 jaar) te spreiden. Wij denken overigens dat dit het proces onnodig administratief zal verzwaren.

 

Kostenbeheersing voor werkgevers

Nu de nieuwe wetgeving doorbeleggen na de pensioendatum mogelijk maakt, wordt de beschikbare premieregeling een stuk aantrekkelijker voor zowel werkgevers als werknemers. In de praktijk zien we dat werkgevers bij een aflopend contract met een pensioenuitvoerder de hele pensioentoezegging in heroverweging nemen. Steeds vaker blijkt de voorkeur dan te liggen bij een beschikbare premieregeling omdat het individuele karakter van een beschikbare premieregeling beter past bij de ontwikkeling naar (meer) individueel eigendomsrecht. Overgang naar een beschikbare premieregeling is voor een werkgever in veel situaties dan ook een reële optie om de kosten te beheersen en daarnaast te blijven streven naar koopkrachtbehoud van de pensioenen.

 

Enkele aandachtspunten

  • Op 16 augustus is de consultatietermijn afgelopen.
  • Voorstel lijkt goed ontvangen te worden, discussie zal naar verwachting met name over de invulling van het langleven risico en de vaststelling van de rekenrente gaan.
  • Nog steeds is het streven om de wet 1 juli 2016 in te laten gaan.
  • Tot 2017 kunnen deelnemers overigens besluiten een tijdelijke uitkering voor 2 jaar aan te kopen. Maar deze terugkeer van de ‘pensioenknip' geldt als noodoplossing.