Waar blijven de jobhoppers?

Door Nel van Holst - 31 juli 2015

De voorspelling aan het begin van 2015 was dat Nederlandse werknemers dit jaar vaker van baan zouden veranderen. Na jarenlange crisis, zou er een versoepeling van de arbeidsmarkt in aantocht zijn waardoor werknemers aangemoedigd worden om grenzen te verleggen. Maar is dit, als puntje bij paaltje komt, nu echt aan de orde?

 

Reden om dit eens in de gaten te houden was vooral het verschil dat de sponsor van de studie, de Britse detacheerder Michael Page, constateerde met de situatie in Groot Brittannië. Daar zouden professionals veel voorzichtiger blijven. Nederland, zei de detacheerder, gaat tegen de trend in Europa in.

 

Blijf zitten waar je zit

"In 2014 zagen we duidelijke toename in bereidheid om te praten over nieuwe mogelijkheden bij potentiële medewerkers. Dat was in de voorgaande jaren wel anders, toen bleven mensen liever zitten waar zij zaten," aldus Mischa Voogt, directeur van Michael Page Nederland in De Telegraaf begin dit jaar. "Je ziet nu dat veel meer mensen met een vast contract en een goede baan bereid zijn om aan tafel te komen voor een gesprek. Wij verwachten dat deze trend in 2015 doorzet en bedrijven weer meer mensen aannemen."

Dit voorjaar verschenen echter een aantal rapporten die vaststellen dat het in de eerste helft van 2015 nog lang geen vaart loopt met het jobhoppen. De Nederlandsche Bank signaleerde een groeiversnelling van de economie maar zag de werkloosheid niet stijgen in de mate waarin jobhoppen daadwerkelijk gestimuleerd wordt. Ook de loonstijgingen bleven uit. Banengroei is er wel in Nederland, maar vooral als het gaat om flexibele en niet zo goed betaalde arbeid. Gevolg is dat mensen de kat nog uit de boom kijken.

"De werkloosheid daalt in een veel trager tempo dan zij steeg in de jaren ervoor," aldus de DNB. Tot 2017 moeten we er niet vanuit gaan dat de werkloosheid verder daalt dan 6,7%.

 

Wel tevreden, toch in voor nieuwe stap

Zelf de keuze gelaten, lijken hoogopgeleiden over het algemeen meer dan ooit open te staan voor een overstap. In soortgelijk onderzoek als dat van Michael Page, uitgevoerd door het Amsterdamse bureau Lime Search, bleek onlangs nog dat hoewel 67% van de WO opgeleiden in de leeftijd tussen 38 en 45 tevreden is met de baan die ze hebben, 82% een carrièrestap wil maken als zich elders kansen voordoen.

Overigens ziet 90% van de ondervraagden, waarvan 70% momenteel in loondienst is en 80% mannen zijn, de volgende baan buiten het huidige bedrijf. "Door de krimp bij vele organisaties en de versterkte kostenfocus van de voorgaande jaren zijn er minder interessante nieuwe kansen binnen de huidige organisatie ontstaan, waardoor de wens om te veranderen vergroot is," zeggen de auteurs van het rapport.

 

Stimuleren tot mobiliteit

Is daar mee de kous af? Baanmobiliteit is iets wat niet spontaan ontstaat in een arbeidsmarkt die nog niet te maken heeft met krapte. Volgens een ander recent rapport, van de Sociaal Economische Raad (SER), is het momenteel juist nodig om werknemers te stimuleren om vaker vrijwillig van baan te veranderen of een overstap te maken naar een andere sector. In het SER rapport ‘Werk maken van baanmobiliteit‘ staat dat het ‘normaler en makkelijker' moet worden om van baan te wisselen. Dat is gezond voor werknemers zelf, voor werkgevers en ook voor de arbeidsmarkt in zijn geheel. Wat er concreet van terecht komt, is nog even afwachten.

Hoewel het dus allemaal wat stroef verloopt, zie je al wel dat er niet langer al te negatief gedacht wordt over mensen die al binnen een jaar uitkijken naar een andere baan, ook in het buitenland.