Bij deze methode wordt het vaste overeengekomen bruto salaris plus eventuele toeslagen(zie hiervoor de betreffende CAO) als basis genomen. Hierover wordt de vakantietoeslag berekend. Het laatstgenoten salaris, meestal het salaris van de maand mei, wordt daarvoor als uitgangspunt genomen.
Dit salaris plus de eventuele toeslagen wordt vermenigvuldigd met het aantal loonperioden (12 bij maandloon, 13 bij 4-wekenloon of 52 bij weekloon). Er wordt rekening gehouden met het dienstverband. Iemand die niet tijdens het gehele vakantiejaar in dienst is geweest, krijgt naar rato vakantietoeslag. Het vakantiejaar is het jaar waarover de vakantietoeslag wordt uitbetaald. Dit jaar hoeft niet van januari tot en met december te lopen en loopt in veel gevallen van juni tot en met mei.
Voorbeelden methode laatst genoten salaris
Voorbeeld 1: heel vakantiejaar in dienst
Het vakantiejaar loopt van juni tot en met mei. Het vakantiegeld (-bijslag) wordt in mei uitbetaald. De werknemer is het hele jaar in dienst en ontvangt in mei een salaris van € 2000. Het salaris van mei is in dit geval het laatstgenoten salaris en dient als basis voor de berekening van de vakantiebijslag.
Vakantietoeslag = € 2.000 (salaris mei) x 12 maanden (juni t/m mei) x 8% = € 1.920
Vervolgens dient u dit bedrag te toetsen aan de minimum vakantiebijslag. (zie WMM)
Voorbeeld 2: gedurende het vakantiejaar in dienst
Het vakantiejaar loopt van juni tot en met mei. Het vakantiegeld wordt in mei uitbetaald en de werknemer komt per 1 december in dienst. Het salaris van mei bedraagt € 2.000 en dient als basis voor de berekening van de vakantietoeslag.
Vakantietoeslag = € 2.000 (salaris mei) x 6 maanden (december t/m mei) x 8% = € 960
Vervolgens dient u dit bedrag te toetsen aan de minimum vakantietoeslag. (zie WMM)
Voorbeeld 3: gedurende het vakantiejaar uit dienst
Het vakantiejaar loopt van juni tot en met mei. De vakantiebijslag wordt in mei uitbetaald en de werknemer gaat uit dienst per 31 januari. Het salaris per 31 januari bedraagt € 2.000. Dit salaris is het laatstgenoten salaris en dient als basis voor de berekening van de vakantiebijslag.
Vakantiebijslag = € 2.000 (salaris januari) x 8 maanden (juni t/m januari) x 8% = € 1.280
Vervolgens dient u dit bedrag te toetsen aan de minimum vakantiebijslag. (zie WMM)
Voorbeeld 4: vakantiejaar van januari t/m december en gedurende vakantiejaar uit dienst
Het vakantiejaar loopt van januari tot en met december. De vakantiebijslag wordt in mei uitbetaald. Hierdoor wordt er als het ware een voorschot over de maanden juni tot en met december uitbetaald. De werknemer gaat per 31 augustus uit dienst. Het voorschot over de maanden september tot en met december moet dan ingehouden worden op het salaris van augustus. Het salaris in mei bedraagt € 2.000 en dient als basis voor de vakantiebijslag. De vakantiebijslag wordt als volgt berekend:
Vakantiebijslag = € 2.000 (salaris mei) x 12 (januari t/m december) x 8% = € 1.920
Teveel betaalde vakantiebijslag = € 2.000 (salaris mei) x 4 (september t/m december) x 8% = € 640
Als een werknemer halverwege een maand uit dienst gaat wordt er, in plaats van met maanden, met dagen gewerkt. Dit heet de rentemethode. Bij deze methode heeft een jaar 360 en een maand 30 dagen.





