Loonbelasting: Afdrachtvermindering zeevaart
Vraag : Sinds 1 januari 2003 is een van de voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart dat de inhoudingsplichtige afschriften bewaart van monsterrollen als bedoeld in artikel 33, van de Zeevaartbemanningswet (zie artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen).
Voor een aantal zeeschepen die worden gebruikt voor sportvisserij op zee geldt dat geen monsterrollen zijn bijgehouden. Dit is gebeurd met instemming van de scheepvaartinspectie.
Kan de inhoudingsplichtige onder deze omstandigheden de afdrachtvermindering zeevaart toepassen?
Antwoord : Nee, de WVA biedt onder deze omstandigheden geen mogelijkheid de afdrachtvermindering zeevaart toe te passen. Nu het niet bijhouden van de monsterrollen heeft plaatsgevonden met de instemming van de scheepvaartinspectie keur ik echter goed dat de inhoudingsplichtige de afdrachtvermindering zeevaart toch toepast.
Deze goedkeuring neemt niet weg dat de bewijslast voor het bedrag aan loon waarop de afdrachtvermindering zeevaart wordt toegepast bij de inhoudingsplichtige ligt. De inhoudingsplichtige is vrij in zijn keuze waarop hij aan die bewijslast voldoet.
Loonbelasting: Afdrachtvermindering Speur- en Ontwikkelingswerk
De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (hierna: WVA) bevat de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (hierna: S&O). Ter uniformering van de uitvoeringspraktijk is in dit besluit een overzicht opgenomen van de antwoorden op de meest gestelde vragen op dit terrein.
Inhoudsopgave vragen en antwoorden S&O
- S&O en uitzendkrachten
- S&O-verklaring per inhoudingsplichtige
- De hoogte van het S&O-percentage
- Reistijd als S&O-werk
- Het S&O-loon
- S&O-loon en de 30%-regeling
- Bepaling S&O-loon
- Berekening grondslag afdrachtvermindering S&O
- Maximaal aantal S&O-uren bij de vereenvoudigde methode
- Evenredige vermindering bij vereenvoudigde methode (gedeeltevan het jaar in dienst)
- Evenredige vermindering bij vereenvoudigde methode (parttimer)
- Loonverschuiving
- Verrekening afdrachtvermindering met loonheffing overhetgehele kalenderjaar
S&O en uitzendkrachten
Vraag : Een inhoudingsplichtige verricht S&O-werkzaamheden. Hiervoor heeft hij uitzendkrachten aangetrokken. Ingevolge artikel 2, derde lid, van de WVA zijn uitzendkrachten werknemers voor de WVA. Kan de inhoudingsplichtige voor deze uitzendkrachten in aanmerking komen voor een afdrachtvermindering S&O?
Antwoord : Nee. Op grond van artikel 21, eerste lid, van de WVA mag een inhoudingsplichtige alleen een afdrachtvermindering S&O toepassen voor zover de S&O-werkzaamheden worden verricht door werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan. De uitzendkrachten zijn niet bij hem, maar bij het uitzendbureau in dienstbetrekking.
S&O-verklaring per inhoudingsplichtige
Vraag : Senter heeft aan een vennootschap (BV) een S&O-verklaring afgegeven. Kan deze verklaring worden toegepast door een andere inhoudingsplichtige? Bijvoorbeeld omdat sprake is van twee BV’s die tot hetzelfde concern of tot dezelfde fiscale eenheid behoren, of omdat de betreffendeS&O-activiteiten door de BV zijn overgedragen aan een derde.
Antwoord : Nee. Op grond van artikel 24, eerste lid, van de WVA mag de afdrachtverminderingS&O alleen worden toegepast door een inhoudingsplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven.
De hoogte van het S&O-percentage
Vraag : Voor de berekening van de afdrachtvermindering S&O kennen we een tarief met twee schijven. Voor de eerste schijf geldt een percentage van 40% (2003), voor de tweede schijf een lager percentage van 13% (2003). Binnen een fiscale eenheid is aan iedere inhoudingsplichtige een eigen S&O-verklaring afgegeven. Kan iedere inhoudingsplichtige afzonderlijk de eerste tariefschijf benutten?
Antwoord : Ja. Iedere inhoudingsplichtige kan de eerste tariefschijf volledigbenutten.
Reistijd als S&O-werk
Vraag : De afdrachtvermindering S&O bedraagt een percentage van het S&O-loon. Het S&O-loon wordt berekend aan de hand van het aantal uren dat de werknemers besteden aan speur- en ontwikkelingswerk. Zijn reisurenin dit verband aan te merken als S&O-werk?
Antwoord : Het is de bevoegdheid van Senter om te bepalen of sprake is vanS&O-werk. Senter heeft over reisuren het standpunt ingenomen dat ze niet als S&O-werk kunnen worden aangemerkt. Een uitzondering wordt gemaakt voor reizen tijdens welke men daadwerkelijk S&O-werkzaamheden verricht. Een voorbeeld hiervan is het schrijven van een rapport in de trein.
Het S&O-loon
Vraag : Een werknemer, die zich volledig toelegt op S&O-werk, wordt ontslagen per 30 april 2003. In verband met de beëindiging van de dienstbetrekking krijgt de werknemer op 14 mei een laatste afrekening van zijn werkgever. In die afrekening zijn opgenomen: het laatste maandsalaris; de afrekening vakantiegeld; een dertiende maand en een éénmalige ontslaguitkering. Kan de werkgever deze gehele laatste loonbetaling als S&O-loon aanmerken?
Antwoord : Nee. Alleen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt alsS&O-loon aangemerkt. Het maandsalaris, het vakantiegeld en de dertiende maand vormen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voorzover de betaling ziet op de ontslaguitkering is sprake van loon uit vroegere dienstbetrekking. De ontslaguitkering kan daarom geen deel uitmaken van het S&O-loon.
S&O-loon en de 30%-regeling
Vraag : Kan het gedeelte van het loon dat ingevolge de 30%-regeling vrij wordt vergoed deel uitmaken van het S&O-loon?
Antwoord: Nee. Het gedeelte van het loon dat ingevolge de 30%-regeling vrij wordt vergoed maakt geen deel uit van het loon, dus ook nietvan het S&O-loon.
Berekening grondslag afdrachtvermindering S&O
Vraag : Een S&O-inhoudingsplichtige heeft bij Senter een S&O-verklaring aangevraagd. Hij geeft hierbij aan dat 1000 uur wordt gewerkt tegen een uurloon van € 50. Senter geeft een S&O-verklaring voor € 50.000 af. De werkzaamheden nemen uiteindelijk 1300 uur in beslag tegen een uurloon van € 40. Op welk loon moet het percentage voor de afdrachtvermindering S&O worden toegepast?
Antwoord : Als grondslag bij de berekening van de afdrachtvermindering S&O geldt het werkelijk aantal uren dat aan S&O-werk is besteed tegen het werkelijke uurloon, met een maximum van het bedrag waarvoor de S&O-verklaring is afgegeven. In casu geldt dus als grondslag: 1300 uur ´ € 40 (uurloon) = € 52.000, is maximaal € 50.000.
Maximaal aantal S&O-uren bij de vereenvoudigde methode
Vraag : Aan een inhoudingsplichtige met één werknemer is een S&O-verklaring afgegeven voor de tweede helft van het jaar. De werknemer heeft een volledige werkweek en is het gehele jaar in dienst.Bij de bepaling van het S&O-loon maakt de inhoudingsplichtige gebruik van de vereenvoudigde methode. Het S&O-uurloon volgens de vereenvoudigde methode bedraagt € 40. De werknemer besteedt de ene week meer en de andere week minder dan 38 uur aan S&O-werk. In totaal besteedt de werknemer 925 uur aan S&O-werk. Hoe moet in dit geval het S&O-loon worden berekend?
Antwoord : Het S&O-loon bedraagt in dit geval: 875 ´ € 40 = € 35.000. Het S&O-loon is gelijk aan het aantal uren dat is besteed aan S&O-werk, vermenigvuldigd met het S&O-uurloon. Bij toepassing van de vereenvoudigde methode mag bij een S&O-verklaring voor een half jaar maximaal rekening worden gehouden met 875 S&O-uren. Met een maximum per dag of per week hoeft geen rekening te worden gehouden.
Evenredige vermindering bij vereenvoudigde methode (gedeelte van het jaar in dienst)
Vraag : Een S&O-inhoudingsplichtige wenst de vereenvoudigde methode toe te passen. Hij heeft te maken met een werknemer die vanaf 1 april in dienst was en die over het gehele jaar een loon genoot van € 27.000. Hoe moet voor deze werknemer het S&O-uurloon worden berekend?
Antwoord : Bij de vereenvoudigde methode moet het uurloon worden berekend door het jaarloon door 1750 te delen. Wanneer de werknemer geen 38-urige werkweek heeft, of niet een volledig jaar in dienst is geweest, wordt het aantal van 1750 naar evenredigheid verminderd. In casu moet hetjaarloon van € 27.000 dus niet worden gedeeld door 1750, maar door 1750 ´ 9/12 = 1312 (afgerond). Het S&O-uurloon wordt dan € 27.000 ¸ 1312 = € 20,58. Bij deze evenredige vermindering wordt aangenomen dat een jaar bestaat uit 12 maanden of 52 weken of 365 dagen of 8670 uur.
Evenredige vermindering bij vereenvoudigde methode (parttimer)
Vraag : Een S&O-inhoudingsplichtige wenst de vereenvoudigde methode toe te passen. Hij heeft te maken met een werknemer met een werkweek van 30 uur. De werknemer is het gehele jaar in dienst geweest. Hetjaarloon van de werknemer bedroeg € 27.000. Hoe moet voor dezewerknemer het S&O-uurloon worden berekend?
Antwoord : Bij de vereenvoudigde methode moet het uurloon worden berekend door het jaarloon te delen door 1750. Wanneer de werknemer geen 38-urige werkweek heeft, of niet een volledig jaar in dienst is geweest, wordt het aantal van 1750 naar evenredigheid verminderd. In casu moet hetjaarloon van € 27.000 dus niet worden gedeeld door 1750, maar door 1750 ´ 30/38 = 1381 (afgerond). Met niet gewerkte uren als gevolg van ziekte en verlof wordt in deze herleiding geen rekening gehouden.
Loonverschuiving
Vraag : Een S&O inhoudingsplichtige beschikt voor het tweede half jaar over een S&O-verklaring. Voor de berekening van de afdrachtvermindering maakt hij gebruik van de vereenvoudigde methode. Bij toepassing van de vereenvoudigde methode wordt het S&O-uurloon berekend door het jaarloon te delen door 1750. Mag deze methode voor de tweede helft van het jaar ongewijzigd worden toegepast, wanneer in het eerste deel van het betreffende jaar meer loon is genoten dan in de tweede helft van het jaar. Bijvoorbeeld als gevolg van in mei uitbetaald vakantiegeld?
Antwoord : Ja. De vereenvoudigde methode brengt deze onzuiverheid met zichmee. Het S&O-uurloon wordt in dit geval dus berekend door het volledige jaarloon te delen door 1750. Wanneer de werknemer geen 38-urige werkweek heeft, of niet een volledig jaar in dienst is geweest, wordt het aantal van 1750 naar evenredigheid verminderd.
Verrekening afdrachtvermindering met loonheffing over het gehele kalenderjaar
Vraag : Senter geeft in oktober een S&O-verklaring af voor het tweede halfjaar. Kan de inhoudingsplichtige de afdrachtvermindering S&O voor zover hij die niet kwijt kan in zijn aangiften over het derde en vierde kwartaal nog realiseren?
Antwoord : Ja. Bij de eindafrekenaangifte kan de S&O-afdrachtvermindering verrekend worden met de ingehouden loonbelasting over het gehele jaar.





