Berekeningen (VCR Methode)
VCR-methode: Voortschrijdend Cumulatief Rekenen
Vóór de invoering van de elektronische loonaangifte werd voor de berekening van het bedrag dat u moest inhouden en afdragen in het kader de sociale premies, gebruik gemaakt van de zogenaamde SV-dagen (Sociale Verzekering). Voor het berekenen van de loonheffing werd gebruikt gemaakt van de loontijdvakkenmethodiek, zoals door de Belastingdienst voorgeschreven.
Voortschrijdend Cumulatief Rekenen (VCR-methode)
Onder het huidige regime zijn verschillende zaken net wat anders. Niet alleen is het fiscaal loon zoveel mogelijk gelijkgesteld aan het premieloon, maar ook de premies worden op een andere manier berekend dan vóór 2006 het geval was. De berekening wordt nu gemaakt volgens de zogenaamde methode van het Voortschrijdend Cumulatief Rekenen, kortweg de VCR-methode.
Loontijdvakken
Het moeten werken volgens de VCR-methode heeft een aantal gevolgen gehad ten opzichte van de methode van het berekenen van de premies werknemersverzekeringen met behulp van de SV-dagen. Met de VCR-methode moet u de premies berekenen met behulp van de loontijdvakkenmethodiek zoals die ook wordt toegepast bij de berekening van de loonheffingen en niet meer met de SV-dagen. Dat betekend dat de franchise en het premiemaximum per loontijdvak moet worden vastgesteld.
Dagloonsystematiek
Tegelijk met de invoering van de VCR-methode is er een andere dagloonsystematiek ingevoerd. De dagloonberekening wordt gebruikt bij het bepalen van de uitkeringsrechten van werknemers. En de gegevens die daarbij gebruikt worden, komen weer uit de Polisadministratie. Het is daarom van groot belang dat alle berekende gegevens - met behulp van de loonaangifte - goed in de Polisadministratie worden verwerkt. Vooral omdat de Polisadministratie na iedere aangifte de juiste en volledige stand van zaken moet weergeven van alle tijdvakken die tot dan in het kalenderjaar zijn verstreken. De gegevens moeten dus cumulatief juist zijn. Met de VCR-methode wordt dit resultaat bereikt. Bij het berekenen van de verschuldigde premies werknemersverzekeringen is daarom aan onder andere de VCR-methode en het genietingsmoment meer gewicht toegekend.
Loonbegrip
Zoals bij het loonbegrip al is aangegeven, wordt bij de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de premies werknemersverzekeringen zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een uniform loonbegrip Het premieloon werknemersverzekeringen is beperkt tot een maximumbedrag per jaar. Dit maximum wordt ieder jaar bepaald door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Als het loon hoger is dan het maximum premieloon, bent u over dit meerdere geen premies meer verschuldigd. Ook worden er geen uitkeringsrechten over dit hogere loon opgebouwd.
SV-dagen bij de premieberekening
De Belastingdienst baseert de berekening van de loonbelasting/premie volksverzekeringen al sinds lange tijd op de loontijdvakmethodiek. Per (loon)tijdvak wordt aan de hand van de tabellen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen het totaalbedrag aan in te houden loonbelasting en premie volksverzekeringen vastgesteld. Het loontijdvak beslaat meestal een maand of vier weken Dit systeem geldt dus ook voor de premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zvw. Dit houdt in dat voor de berekening van deze premies geen gebruik meer wordt gemaakt van het aantal SV-dagen. Maar de SV-dagen blijven wel bestaan en worden ook opgevraagd in de loonaangifte. Ze zijn namelijk onder andere van belang voor het bepalen van het arbeidsverleden en hebben daarmee direct invloed op de hoogte van de duur van de uitkering.
Franchise
Bij het berekenen van de premies werknemersverzekeringen wordt bij een aantal wetten (nu alleen nog maar bij de WW) gebruik gemaakt van een franchise. Dit is een gedeelte van het premieloon waarover geen premie berekend moet worden. Omdat er ook bij de premies werknemersverzekeringen wordt gewerkt met een loontijdvakkensystematiek moet u de franchise en het premiemaximum voor een loontijdvak (dag, week, maand, vier weken) toepassen.
De berekening van de premies werknemersverzekeringen gebeurt dus niet meer per SV-dag. De franchise wordt dus niet beperkt tot het aantal SV-dagen. Het maakt daarom niet meer uit of een parttimer per week twee hele dagen werkt of vier halve dagen. Is het loontijdvak een maand, dan moet u de maandfranchise toepassen en wordt het maximum premieloon ook per maand vastgesteld.
Parttimer of fulltimer?
De Belastingdienst heeft voor de tabeltoepassing een andere definitie van parttimer of fulltimer dan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is. Zo verstaat de fiscus onder een fulltimer een werknemer die doorgaans vijf dagen per week werkt ongeacht het aantal uren en onder een parttimer een werknemer die doorgaans minder dan vijf dagen per week werkt ongeacht het aantal uren. Dus ook een werknemer die de hele week twee uur per dag werkt is in de ogen van de Belastingdienst een fulltimer. Maar arbeidsrechtelijk gezien is het een parttimer. Een werknemer die in het kader van een cao de afgesproken 36 uur in 4 x 9 uur werkt, is in de ogen van de Belastingdienst een parttimer maar in een organisatie een fulltimer.
U moet bij het bepalen van de tijdvaktabel die moet worden toegepast voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen maar ook voor de VCR-methode het standpunt van de Belastingdienst volgen. U past dus de tijdvakbedragen in de VCR-methode toe over het tijdvak waarover de werknemer het loon geniet (in de regel maand of vier weken). Er zijn echter uitzonderingen want in de volgende gevallen moet u de week- en/of dagbedragen toepassen:
- als er voor de fulltimer in het loontijdvak dagen zijn waarover hij geen loon geniet door in- of uitdiensttreding;
- als er in het loontijdvak dagen zijn waarover de werknemer rechtstreeks loon van UWV geniet wegens ziekte;
- als er in het loontijdvak, dagen zijn waarover de fulltime werknemer geen loon geniet wegens onbetaald verlof.
Methodes voor de VCR
De verschuldigde premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) worden dus uniform vastgesteld volgens de VCR-methode.
De VCR-methode betekent dat de premies werknemersverzekeringen na afloop van een loontijdvak worden berekend op basis van het verschil tussen:
- de cumulatieve premiegrondslag per werknemer tot en met het laatste loontijdvak; en
- de cumulatieve premiegrondslag per werknemer tot het laatste loontijdvak.
Dit wordt de grondslagaanwasmethode genoemd en het voordeel van deze berekeningswijze is dat de cumulatieve grondslag aan het einde van het kalenderjaar per definitie gelijk is aan de totale grondslag.
De grondslagaanwasmethode kan als volgt worden weergegeven (maximum periodebedrag is € 4.060 (2010)):
Â
| Cumulatief premieloon tot en met april (4 x € 3.800) |
€ 15.200 |
| Loon genoten in mei |
€ 3.800 |
| Vakantiegeld genoten in mei |
€ 3.500 |
| Cumulatief premieloon tot en met mei |
€ 22.500 |
| Maximum premieloon tot en met mei (5 x € 4.060) |
€ 20.300 |
| Premieloon over mei (€ 20.300 -/- €15.200) |
€ 5.100 |
| Loon genoten in juni |
€ 3.800 |
| Cumulatief premieloon tot en met juni (€ 22.500 + €3.800) |
€ 26.300 |
| Maximum premieloon tot en met juni (6 x € 4.060) |
€ 24.360 |
| Premieloon over juni, maximum |
€ 4.060 |
Dit voorbeeld geeft meteen aan waar de problematiek ligt bij het uitleggen van de VCR-methode. Het maximumpremieloon per maand in dit voorbeeld is € 4.060, maar in de maand mei wordt er over € 5.100 premie berekend. Dit komt omdat eind mei blijkt dat er over de gehele periode januari tot en met mei premie is verschuldigd over het maximum premieloon, terwijl er over de maanden januari tot en met april is gehandeld alsof het loon lager was dan het maximum premieloon. Op zich was dat ook terecht want het loon per maand over die maanden was € 3.800. Ook over de maand juni doet zich een vreemd fenomeen voor. Er wordt premie berekend over het maximum premieloon van € 4.060, terwijl de werknemer maar € 3.800 verdient.
Zvw-loon
Bij de werknemers wordt ook een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) geheven. De heffingsgrondslag voor deze bijdrage is het Zvw-loon. Ook de bijdrage Zvw moet u met behulp van de VCR-methodiek berekenen. De methodiek is voor de inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage gelijk aan de methodiek bij de WW premie maar er is echter geen franchise van toepassing.
Genietingsmoment
Voor de berekening van de loonheffingen is het genietingsmoment van het loon bepalend. Loon wordt beschouwd als 'te zijn genoten' op het moment waarop het betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld, rentedragend wordt, of vorderbaar en inbaar is. De eerst voorkomende situatie is daarbij beslissend.
In de meeste gevallen zal het genietingsmoment het moment zijn waarop het loon wordt uitbetaald. Het genietingsmoment is niet alleen van toepassing op de loonbelasting/premie volksverzekeringen, maar ook voor de Zorgverzekeringswet en de premieheffing werknemersverzekeringen. Het belang hiervan is dat het uitkeringsloon gekoppeld is aan de referteperiode waarin het loon wordt genoten.
Verzekeringsplicht
Voor een werknemer die verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, bent u verplicht om premies werknemersverzekeringen over het loon te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst. U berekent de totaal verschuldigde werknemerspremies over het loon. Het werknemersgedeelte van de WW-premie (gold tot en met 2008) kan worden verhaald op de werknemer op het moment van uitbetalen van het loon. Er is wel een verhaalverbod bij correctie van onjuistheden.
Terugbetaal acties
Heeft een werknemer tegelijkertijd bij meer werkgevers een dienstbetrekking, dan berekenen alle werkgevers over het loon de verschuldigde premies werknemersverzekeringen. Op zich is dit juist maar als het loon van de werknemer bij alle werkgevers gezamenlijk méér bedraagt dan het jaarbedrag van het maximum premieloon, zijn er te veel premies werknemersverzekeringen berekend en afgedragen.
Beschikking
Nu de Belastingdienst de beschikking heeft over de gegevens uit de Polisadministratie, berekent zij zelf hoeveel de verschillende werkgevers aan premies werknemersverzekeringen zouden moeten betalen. De inspecteur maakt zijn beslissing bekend via een beschikking en betaalt de te veel betaalde premie automatisch terug. Als u - of de werknemer - het niet eens bent met deze beslissing, kan bezwaar en beroep worden ingesteld.
Verzoek tot teruggaaf
Vóór de invoering van de elektronische aangifte kon iedere betrokken werkgever - maar ook de werknemer - na afloop van het kalenderjaar een verzoek tot teruggaaf van de te veel ingehouden premies werknemersverzekeringen indienen. Voor de jaren vanaf 2006 hoeft er geen apart verzoek meer te worden gedaan, maar betaalt de Belastingdienst na afloop van het jaar automatisch de te veel afgedragen premies terug aan de werkgever(s).
Dit wordt ook wel de evenredige premieverdeling (EPV) genoemd. Ook voor de Zvw bestaat een vergelijkbare systematiek. Blijkt dat een werknemer van meerdere werkgevers loon heeft genoten en is er over een hoger loon dan het maximum Zvw-bijdrage berekend, dan betaalt de fiscus automatisch de te veel ingehouden bijdrage terug. Dit wordt de evenredige bijdrageverdeling (EBV) genoemd. Het proces van terugbetalen is een ingewikkeld administratief proces om in de loonadministratie te verwerken.
Evenredige premieverdeling (EPV)
Het werknemersgedeelte WW-premie dat is ingehouden moet aan de werknemer worden uitbetaald. De werknemer heeft dit tenslotte betaald. Omdat het werknemersdeel van de WW-premie op het moment van inhouden het loon voor de Zvw en het loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen heeft verlaagd, is de uitbetaling weer loon voor de Zvw en de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Met ingang van 2009 is er geen werknemersdeel WW-premie meer en is deze administratief bewerkelijke handeling dus uit de loonadministratie verdwenen.
Evenredige bijdrageverdeling (EBV)
Voor de bijdrage Zorgverzekeringswet kan hetzelfde effect optreden als de werknemer meerdere dienstbetrekkingen heeft en in totaal meer inkomen heeft dan het maximum bijdrage-inkomen. Het te veel betaalde bedrag wordt door de Belastingdienst teruggegeven. Hier wordt weer een onderscheid gemaakt tussen loon waarover wel een vergoeding van de werkgever staat (hoge bijdrage) en loon waarover de werkgever geen vergoeding is verschuldigd aan de werknemer (lage bijdrage).
Als door u geen vergoeding is gegeven, betaalt de fiscus rechtstreeks uit aan de werknemer. In dat geval is er dus geen bemoeienis voor de loonadministratie. Is er loon waarover wel een bijdrage is verschuldigd, dan wordt de te veel ingehouden Zvw-bijdrage van de werknemer aan u uitbetaald. U moet dit dan doorbetalen aan de werknemer. Maar omdat u bij de te veel ingehouden bijdrage ook te veel heeft vergoed, zult u het bedrag dat u moet doorbetalen aan de werknemer ook meteen weer inhouden als te veel betaalde vergoeding.
Per saldo zou de werknemer dus niets ontvangen. Maar omdat op het moment van vergoeden het loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen is verhoogd met deze vergoeding, wordt het 'terugbetalen' door de werknemer gezien als negatief loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. De werknemer ontvangt per saldo dus alleen de loonbelasting en premie volksverzekeringen terug.
Voorbeeld
Werkgever X krijgt van de Belastingdienst bericht dat hij voor een werknemer € 600 te veel aan bijdrage Zvw heeft ingehouden. De werknemer ontvangt eenzelfde bericht. De werknemer valt in het 42%-tarief. De werkgever betaalt op de loonstrook de werknemer een bedrag terug van netto € 600 als te veel ingehouden bijdrage Zvw. Tegelijkertijd houdt werkgever het zelfde bedrag van € 600 in als te veel betaalde vergoeding. Deze terugbetaling van de vergoeding verlaagt het fiscale loon. Per saldo ontvangt de werknemer dus 42% van € 600 = € 252.
53e week bij week- of vierweken-betaling
Soms heeft een kalenderjaar 53 weken. Dat is in 2009 voor de 1e keer het geval geweest na de invoering van de nieuwe systematiek van heffen. Als het reguliere loontijdvak een week is, moet u ook op het loon van de 53e week de weektabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en het weekbedrag voor de VCR-methode toepassen. Bij een regulier loontijdvak van vier weken zijn er voor het loon over de 53e week twee situaties mogelijk:
- U betaalt loon over de 13e periode van vier weken en afzonderlijk loon over de 53e week uit.
- In dat geval is op het loon over de 13e periode van vier weken de vierwekentabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en het vierwekenbedrag voor de VCR-methode van toepassing.
- Op het loon over de 53e week - dat apart wordt uitbetaald - is de weektabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en het weekbedrag voor de VCR-methode van toepassing.
- U betaalt de 53e week in de 13e periode uit, deze bestaat dan uit vijf weken. Er is dan sprake van een loontijdvak van vijf weken. Voor dit loontijdvak is geen tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen beschikbaar en ook niet voor de VCR-methode. In principe moet u het loon dus herleiden. In deze situatie mag u ook het loon over die vijf weken delen en vervolgens vijf keer de weektabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen toepassen en vijf keer de weekbedragen voor de VCR-methode. Dit leidt tot hetzelfde resultaat als wanneer u de tabellen voor de loonbelasting/premie voksverzekeringen en de bedragen voor de VCR-methode afzonderlijk - 1 x vier weken en 1 x week - toepast.