In de praktijk zijn er regelmatig vragen over de toepassing van de grens van 500 km. Of er niet meer dan 500 km. privé wordt gereden moet worden bepaald op basis van een kalenderjaar. Heeft een werknemer dus slechts over een periode van 3 maanden een auto ter beschikking dan mag er in het betreffende kalnderjaar niet meer dan 125 km. (3/12 * 500) privé met de auto worden gereden.
Ook bij wisseling van auto speelt de 500 km.-grens een rol. Het komt voor dat werknemers bij wisseling van een leaseauto in de loop van het jaar besluiten de nieuwe leaseauto niet voor privé te gebruiken. Als er met de eerste auto wel privé is gereden moet er ook voor de nieuwe auto een bijtelling worden gedaan.
Voorbeeld
De auto van Peter heeft een catalogusprijs van € 25.000. Het is geen (zeer) zuinige auto. Per maand telt de werkgever van Peter € 520,83 ( 25.000 x 25% : 12) bij het loon omdat Peter de auto voor privé gebruikt. Vanaf 1 augustus heeft Peter een nieuwe auto met een waarde van € 40.000. Peter heeft de eerste leaseauto overgenomen en blijft daar privé in rijden. Met de tweede leaseauto rijdt Peter niet privé. Toch moet de werkgever over de maanden augustus t/m december € 833,33 bij het loon van Peter tellen.
Op jaarbasis is er namelijk meer dan 500 km. privé gereden. Pas vanaf het nieuwe kalnderjaar kan Peter verzoeken om een verklaring geen privé-gebruik. Hier doet zich dan wel het vreemde effect voor dat Peter in het jaar van wisselen van auto belasting betaalt over een auto die hij niet privé gebruikt. De fictie zegt echter, dat het voordeel wordt gesteld op 25% van de prijs van de auto die ter beschikking staat.





