Sinds 1 januari 2006 wordt voor de werknemer de bijtelling voor de auto van de zaak belast in de Loonheffing. Onderstaand geven wij aan waar u als werkgever en werknemer rekening mee moet houden.
Verhoging administratieve lasten
Vanaf 2006 wordt het voordeel van het privé-gebruik van de auto van de zaak belast in de loonsfeer. Voor werknemers veranderde er niet veel in de belastingdruk. Hooguit een klein financieel nadeel omdat er nu direct belasting moet worden betaald in plaats van achteraf. Voor werkgevers echter, kan het moeten belasten van de auto van de zaak flink veel meer werk betekenen. Het gaat dan meestal om discussies met werknemers over onduidelijkheden in de wettelijke regeling. Zoals zo vaak komt veel van dit extra uitzoekwerk op het bordje van de salarisadministrateur.
De regeling
De wetgever gaat er van uit dat een auto altijd voor privé-doeleinden wordt gebruikt tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarjaarbasis voor niet meer dan 500 km . voor privé wordt gebruikt.
Het privé-gebruik van de auto wordt aangemerkt als loon in natura. Dit betekent dat de werkgever verantwoordelijk is voor de bijtelling. De werkgever moet, afhankelijk van de CO² uitstoot van de auto, 25%, 20% of 14% van de cataloguswaarde van de auto bij het loon tellen. Hiervoor moet hij loonheffing inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Indien de werknemer minder verdient dan de maximumgrondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet moet de werkgever over de fiscale bijtelling ook deze bijdrage inhouden bij de werknemer en vergoeden aan de werknemer. Over de bijtelling zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd.





